DutchVideo 2014

Wijs eens, en… hoeveel vingers wijzen er naar uzelf?

BOODSCHAP GODS: VOORWAAR, VELEN VEROORDELEN DIE BROEDER OF ZUSTER, DIE OPEENS GESCHEIDEN IS, OF ONGELUKKIG. NIEMAND KENT DE REDEN, MAAR GOD WEL; GOD GREEP IN!

Gepubliceerd op 26 jul 2014 door Evangelical Endtime Machine International

Please share and do not change © BC

Shame

Volledige weergave:

Hallo, van harte welkom! Op 26 juli 2014 bracht een engel des Heren, een bode engel Gods, woord voor woord de volgende boodschap Gods over aan eindtijdprofeet Benjamin Cousijnsen.

Shalom! Ik begroet u in de wonderbare, almachtige naam van Yeshua HaMashiach, Jezus Christus. Voorwaar, mijn naam is Rafaël en ben een bode engel Gods.

Voorwaar, hoor aandachtig. 

Mattheüs 7, vers 1 tot en met 3  Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt; want met het oordeel, waarmede gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden, en met de maat, waarmede gij meet, zal u gemeten worden. Wat ziet gij de splinter in het oog van uw broeder, maar de balk in uw eigen oog bemerkt gij niet?

Voorwaar, 

2 Samuël 11, vers 2 tot en met 5  Op zekere avond stond David van zijn rustbed op en wandelde op het dak van het paleis, en hij zag van het dak af een vrouw, bezig zich te baden; en die vrouw was zeer schoon van uiterlijk. Toen liet David naar die vrouw vragen en men zeide: Wel, dat is Batseba, de dochter van Eliam, de vrouw van de Hethiet Uria. Daarop zond David boden om haar te halen. Zij kwam tot hem, en hij lag bij haar – zij had zich van haar onreinheid gezuiverd –; daarna keerde zij terug naar haar huis. En de vrouw werd zwanger en liet David weten: Ik ben zwanger.

Voorwaar, Batseba werd zwanger van David.

En David riep de Hethiet Uria tot zich. Toen Uria, de man van Batseba bij David kwam, de koning in het paleis, bood David Uria telkens een geschenk aan en zelfs prachtige vrouwen, die onder zijn hoede stonden. Uria werd in alles voorzien.

2 Samuël 11, vers 12 tot en met 17  David zeide tot Uria: Blijf ook vandaag hier, dan zal ik u morgen laten gaan. En Uria bleef in Jeruzalem die dag en de volgende dag.

Toen riep David hem tot zich om in zijn tegenwoordigheid te eten en te drinken, en hij maakte hem dronken. Hij echter ging des avonds heen om op zijn slaapplaats bij de knechten van zijn heer zich te ruste te leggen. En naar zijn huis ging hij niet. Toen schreef David de volgende morgen een brief aan Joab en verzond die door Uria. En hij schreef in die brief: Plaatst Uria in het heetst van de strijd; trekt u dan van hem terug, opdat hij getroffen worde en sneuvele. Bij de belegering van de stad zette Joab toen Uria op een plaats, waarvan hij wist, dat daar geoefende strijders stonden. Toen de mannen der stad een uitval deden en met Joab streden, vielen er enigen van het krijgsvolk, van de knechten van David; ook de Hethiet Uria sneuvelde.

Voorwaar, vele zouden wijzen en oordelen, en zelfs tegen David zeggen: “Ga uit mijn kerk!”

Maar wie zijt gij dan?

Romeinen 3, vers 19 tot en met 27  Nu weten wij, dat de wet, bij al wat zij zegt, tot hén spreekt, die onder de wet zijn, opdat alle mond gestopt en de gehele wereld strafwaardig worde voor God, daarom, dat uit werken der wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd zal worden, want wet doet zonde kennen. Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, en wel gerechtigheid Gods door het geloof in Jezus Christus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid. Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden – om zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is. Waar blijft het roemen dan? Het is uitgesloten. Door welke wet? Der werken? Neen, maar door de wet van geloof.

Voorwaar, 

2 Samuël 11, vers 26 en 27  Toen Uria’s vrouw hoorde, dat Uria, haar man, dood was, bedreef zij rouw over haar echtgenoot. Nadat de rouw voorbij was, liet David haar naar zijn huis halen. Zij werd hem tot vrouw en baarde hem een zoon. Maar de zaak, die David gedaan had, was kwaad in de ogen des HEREN.

Voorwaar, wijs eens met uw hand, met uw wijsvinger.

En hoeveel vingers wijzen er naar uzelf?

Oordeel niet!

Johannes 8, vers 6 tot en met 11  En dit zeiden zij om Hem in verzoeking te brengen, opdat zij iets hadden om Hem aan te klagen. Maar Jezus bukte neder en schreef met de vinger op de grond. Doch toen zij Hem bleven vragen, richtte Hij Zich op en zeide tot hen: Wie van u zonder zonde is, werpe het eerst een steen naar haar. En weer bukte Hij neder en schreef op de grond. Maar toen zij dit hoorden, gingen zij één voor één weg, te beginnen bij de oudsten, en zij lieten Jezus alleen en de vrouw in het midden. En Jezus richtte Zich op en zeide tot haar: Vrouw, waar zijn zij? Heeft niemand u veroordeeld? En zij zeide: Niemand, Here. En Jezus zeide: Ook Ik veroordeel u niet. Ga heen, zondig van nu af niet meer!

Voorwaar, God zond Profeet Natan, en Natan sprak de woorden van de God van Abraham, Izaäk en Jakob tot David.

2 Samuël 12, vers 8 en 9  Ik heb u gegeven het huis van uw heer, en de vrouwen van uw heer in uw schoot. Ik heb u gegeven het huis van Israël en Juda – en indien dat te weinig geweest was, dan had Ik u nog wel meer gegeven. Waarom hebt gij het woord des HEREN veracht, en gedaan wat kwaad is in zijn ogen? De Hethiet Uria hebt gij door het zwaard verslagen; zijn vrouw hebt gij u tot vrouw genomen, hemzelf hebt gij door het zwaard der Ammonieten gedood.

Voorwaar, Yeshua HaMashiach, Jezus Christus, zegt u:

Johannes 4, vers 15 tot en met 18  De vrouw zeide tot Hem: Here, geef mij dit water, opdat ik geen dorst heb en niet hierheen behoef te gaan om te putten. Hij zeide tot haar: Ga heen, roep uw man en kom hier. De vrouw antwoordde en zeide: Ik heb geen man. Jezus zeide tot haar: Terecht zegt gij: ik heb geen man; want gij hebt vijf mannen gehad en die gij nu hebt, is uw man niet; hierin hebt gij de waarheid gesproken.

En vers 28 tot en met 30  De vrouw dan liet haar kruik staan, en ging naar de stad en zeide tot de mensen: Komt mede en ziet een mens, die gezegd heeft alles wat ik gedaan heb: zou deze niet de Christus zijn? Zij gingen de stad uit en kwamen tot Hem.

Voorwaar, door deze vrouw kwamen velen tot geloof, ongeacht haar positie! 

Johannes 15, vers 9  Gelijk de Vader Mij heeft liefgehad, heb ook Ik u liefgehad; blijft in mijn liefde.

En vers 12  Dit is mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijk Ik u heb liefgehad.

En vers 17  Dit gebied Ik u, dat gij elkander liefhebt.

Voorwaar, velen veroordelen die broeder of zuster, die opeens gescheiden is of ongelukkig.

Niemand kent de reden, maar God wel; God greep in!

2 Samuël 12, vers 19  Toen David zag, dat zijn dienaren onder elkaar fluisterden, begreep hij, dat het kind dood was. En David vroeg zijn dienaren: Is het kind dood? Zij zeiden: Het is dood.

En vers 24 en 25  Daarna troostte David zijn vrouw Batseba; hij kwam tot haar en had gemeenschap met haar, zij baarde een zoon en hij noemde hem Salomo. De HERE nu had hem lief: Hij zond een boodschap door de Profeet Natan en noemde hem Jedidja, om des HEREN wil.

Voorwaar, het werd David vergeven, vanwege oprecht berouw! 

Jesaja 45, vers 5 tot en met 7  Ik ben de HERE en er is geen ander; buiten Mij is er geen God. Ik gordde u, hoewel gij Mij niet kendet, opdat men het wete waar de zon opgaat en waar zij ondergaat, dat er buiten Mij niemand is; Ik ben de HERE, en er is geen ander, die het licht formeer en de duisternis schep, die het heil bewerk en het onheil schep; Ik, de HERE, doe dit alles.

Johannes 3, vers 16 en 17  Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde.

Voorwaar, Gods wegen zijn ondoorgrondelijk! 

Psalm 7, vers 11  Mijn schild is bij God, die de oprechten van hart verlost.

Psalm 5, vers 8 tot en met 9  Maar ik zal, dank zij uw grote goedertierenheid, uw huis binnengaan, mij nederbuigen naar uw heilige tempel in vreze voor U. HERE, leid mij door uw gerechtigheid om mijner belagers wil; effen uw weg voor mijn aangezicht.

Voorwaar, Gods weg is de beste, de beste altijd!

Amen. En tenslotte,

1 Korinthiërs 9, vers 14  Zo heeft de Here ook voor de verkondigers van het evangelie de regel gesteld, dat zij van het evangelie leven.

Ik ga nu, Ruacha, Yeshu, Shalom! sprak de bode engel Gods, en verdween.

En ook ik zeg u, Ruacha, Yeshu, Shalom! Gods zegen

 

Opmerking: Volledige tekstweergave voor doven, slechthorenden en anderstaligen

Use Google Translate and Bookmark it. Deel deze belangrijke boodschappen!

Vertalers in andere talen zijn zeer welkom

More messages on this website, also in English, Spanish, Portuguese, German, Filipino, Indonesian, Swahili, Korean and Russian!

Bron:  Evangelicalendtimemachine.com