DutchVideo 2021

Wie oren heeft die hore en bekeerd zich?

Want hun voeten snellen naar het kwaad en haasten zich om bloed te vergieten. Want tevergeefs is het net uitgespannen voor de ogen van al wat vleugels heeft; zij echter loeren op hun eigen bloed en leggen een hinderlaag voor hun eigen leven. Zo zijn de paden van ieder die hunkert naar onrechtmatige winst, die haar bezitters het leven ontneemt.

Gepubliceerd op 3 Maart 2021 door Evangelical Endtime Machine International

Please share and do not change © BC

 

Volledige weergave:

Hallo, welkom! Op 1 Maart 2021 kreeg ik, Profeet Benjamin Cousijnsen, de volgende boodschap Gods, die ik heel graag met u wil delen.

Shalom! Ik begroet u in de Kadosh, heilige en almachtige Naam van Yeshua HaMashiach, JHWH, Jezus Christus. Voorwaar, mijn naam is Rouachiasa, en ben een bode engel Gods.

Voorwaar,

Psalm 101, vers 4 tot en met 8 Een verkeerd hart wijke verre van mij, de boze wil ik niet kennen. Wie zijn naaste heimelijk lastert, die zal ik verdelgen; wie hoog van ogen en trots van hart is, die duld ik niet. Mijn ogen zijn op de getrouwen in den lande om bij mij te wonen; wie onberispelijk wandelt, die zal mij dienen. In mijn huis zal geen bedrieger wonen; de leugenspreker zal niet bestaan voor mijn ogen. Elke morgen zal ik verdelgen alle goddelozen des lands, en uit de stad des HEREN uitroeien alle bedrijvers van ongerechtigheid.
En Spreuken 1, vers 26 tot en met 33 Daarom zal ik ook lachen om uw verderf; ik zal spotten, wanneer uw verschrikking komen zal. Wanneer uw verschrikking zal komen als een storm en uw verderf zal aansnellen als een wervelwind, wanneer benauwdheid en angst over u zullen komen, dan zullen zij tot mij roepen, maar ik zal niet antwoorden, zij zullen mij zoeken, maar mij niet vinden. Omdat zij de kennis hebben gehaat en de vreze des HEREN niet hebben verkozen, mijn raad niet hebben gewild, al mijn vermaningen hebben versmaad, zullen zij eten van de vrucht van hun wandel en verzadigd worden van hun raadslagen. Want de afkerigheid der onverstandigen zal hen doden, de zorgeloosheid der dwazen zal hen te gronde richten. Maar wie naar mij luistert, zal gerust wonen, beveiligd tegen de verschrikking van het onheil.
En vers 15 Mijn zoon “of dochter”, ga niet met hen op weg; weerhoud uw voet van hun pad.
En vers 16 tot en met 19 Want hun voeten snellen naar het kwaad en haasten zich om bloed te vergieten. Want tevergeefs is het net uitgespannen voor de ogen van al wat vleugels heeft; zij echter loeren op hun eigen bloed en leggen een hinderlaag voor hun eigen leven. Zo zijn de paden van ieder die hunkert naar onrechtmatige winst, die haar bezitters het leven ontneemt.

Voorwaar, Gods geliefde ware eindtijdprofeet, zo spreekt de Koning der koningen, uw Abba, Vader, Yeshua HaMashiach, JHWH, Jezus Christus:

Spreuken 2, vers 8 Terwijl Hij waakt over de paden van het recht en de weg zijner gunstgenoten beschermt.
En Spreuken 3, vers 24 Indien gij u nederlegt, zult gij niet opschrikken, maar gij zult u nederleggen en uw slaap zal zoet zijn.

Voorwaar, deze woorden telt ook voor uw vrouw.
De Here heeft haar ook onvoorwaardelijke lief.

Spreuken 3, vers 25 en 26 Vrees niet voor plotselinge schrik, noch voor de ondergang der goddelozen, als hij komt. Want de HERE zal uw betrouwen zijn, Hij zal uw voet bewaren, zodat hij niet gegrepen wordt.

Voorwaar, zonen en dochters, wie oren heeft die hore en bekeerd zich, voordat de vrucht voorgoed is vergaan, voor eeuwig?

Spreuken 6, vers 4 Gun uw ogen geen slaap en uw oogleden geen sluimering.
En vers 10 Nog even slapen, nog even sluimeren, nog even liggen met gevouwen handen.
En vers 12 Een nietsnut, een onheilstichter is hij “of zij”, die met bedrieglijke mond rondgaat.
En vers 16 tot en met 18 Deze zes dingen haat de HERE, ja, zeven zijn Hem een hartgrondige gruwel: hoogmoedige ogen, een valse tong, handen die onschuldig bloed vergieten, een hart dat heilloze plannen smeedt, voeten die zich haasten om naar het kwade te snellen, wie leugens uitblaast als een vals getuige.

Voorwaar, een slechte vrucht dat onbetrouwbaar is en hoogmoedig van ogen en wandel en een valse slangen tong heeft, keert nimmer terug in de bediening wanneer Yeshua HaMashiach, JHWH, Jezus Christus, de Koning der koningen de schijnheilige rotte vrucht weg neemt is het voor goed!
Voorwaar,

Spreuken 8, vers 25 tot en met 27 Eer de bergen omlaaggezonken waren, vóór de heuvelen ben ik geboren; toen Hij het aardrijk en de velden nog niet had gemaakt, noch de eerste stofdeeltjes der wereld. Toen Hij de hemel bereidde, was ik daar; toen Hij een kring trok op het oppervlak van de oceaan.

Voorwaar, zo spreekt de Here dit alles tot u die hore.

Spreuken 8, vers 33 Hoort naar de vermaning, dan wordt gij wijs, slaat haar niet in de wind.
En Spreuken 9, vers 10 De vreze des HEREN is het begin der wijsheid en het kennen van de Hoogheilige is verstand.
En Spreuken 12, vers 1 Wie tucht liefheeft, heeft kennis lief; maar wie terechtwijzing haat, is dom.
En vers 3 Geen mens blijft staande door goddeloosheid, maar de wortel der rechtvaardigen is niet te verwrikken.
En vers 7 De goddelozen worden omvergeworpen en zijn niet meer, maar het huis der rechtvaardigen blijft in stand.
En vers 12 De goddeloze begeert de vangst van boze dingen, maar de wortel der rechtvaardigen geeft vrucht.
En vers 20 en 21 Bedrog is in het hart van wie kwaad smeden, maar voor wie tot vrede raden, is er vreugde. De rechtvaardige zal generlei onheil treffen, maar de goddelozen zijn vol van rampspoed.
En Spreuken 13, vers 9 Het licht der rechtvaardigen brandt blijde, maar de lamp der goddelozen wordt uitgeblust.
En Spreuken 14, vers 2 Wie in oprechtheid wandelt, vreest de HERE; maar hij wiens wegen verkeerd zijn, veracht Hem.
En vers 27 De vreze des HEREN is een bron des levens, om de strikken des doods te ontwijken.
En Spreuken 15, vers 3 De ogen des HEREN zijn aan alle plaatsen, opmerkzaam acht gevend op kwaden en goeden.
En Spreuken 16, vers 18 Hovaardij gaat vooraf aan het verderf, en hoogmoed komt voor de val.
En vers 20 Wie op het woord acht geeft, zal het goede vinden; ja, welzalig hij, die op de HERE vertrouwt.
En vers 24 Vriendelijke woorden zijn als honigzeem, zoet voor de ziel en medicijn voor het gebeente.

En Johannes 3, vers 16 tot en met 21 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij “of zij” niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God. Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos. Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht, en gaat niet tot het licht, opdat zijn “of haar” werken niet aan de dag komen; maar wie de waarheid doet, gaat tot het licht, opdat van zijn “of haar” werken blijke, dat zij in God verricht zijn.

Iemand die zijn of haar hart niet onderzoekt is eigenwijs en koppig en bedekt hen zonden.

Spreuken 17, vers 19 en 20 Wie twist liefheeft, heeft overtreding lief; wie een grote mond opzet, zoekt verderf. De verkeerde van hart vindt geen geluk, de valse van tong valt in het ongeluk.

Ik ga nu, sprak de bode engel Gods, Ruacha, Yeshu, Shalom!

 

Opmerking: Volledige tekstweergave voor doven, slechthorenden en anderstaligen
Use Google Translate and Bookmark it. Please share and do not change © BC
Vertalers in andere talen zijn zeer welkom