DutchVideo 2020

Wees niet opstandig tegen de Allerhoogste

Gij zult doen wat recht en goed is in de ogen des Heren, opdat het u wèl ga.

Gepubliceerd op 29 September 2020 door Evangelical Endtime Machine International

Please share and do not change © BC

 

Volledige weergave:

Hallo, welkom! Op 28 September 2020, bracht de bode engel Gods deze boodschap over aan eindtijdprofeet Benjamin Cousijnsen.

Shalom! Ik begroet u in de Kadosh, heilige en almachtige Naam van Yeshua HaMashiach, JHWH, Jezus Christus. Voorwaar, mijn naam is Remeach, en ben een bode engel Gods.

Voorwaar,

Deuteronomium 6, vers 16 Gij zult de HERE, uw God, niet verzoeken. Tot zover.
En vers 18 Gij zult doen wat recht en goed is in de ogen des Heren, opdat het u wèl ga. Tot zover.
En Psalm 78, vers 17 en 18 Maar zij bleven verder tegen Hem zondigen, zij waren in de wildernis weerspannig tegen de Allerhoogste; zij verzochten God in hun hart door spijze te vragen naar hun lust.
En vers 22 Omdat zij in God niet geloofden en op zijn hulp niet vertrouwden.

Voorwaar, onderzoekt uw gedrag naar God toe.

Psalm 78, vers 32 tot en met 38 Ondanks dit alles zondigden zij verder en vertrouwden niet op zijn wonderen. Toen deed Hij hun dagen eindigen in nietigheid en hun jaren in verschrikking. Als Hij hen doodde, dan vroegen zij naar Hem, bekeerden zich en zochten God, en gedachten, dat God hun rots was, en God, de Allerhoogste, hun verlosser. Maar zij bedrogen Hem met hun mond en belogen Hem met hun tong; hun hart was niet standvastig bij Hem, zij waren niet getrouw aan zijn verbond. Maar Hij, de barmhartige, verzoende de ongerechtigheid en verdierf niet; Hij wendde menigmaal zijn toorn af en wekte zijn volle grimmigheid niet op.

Voorwaar, Kadosh, heilig is de Here, El Elohim, Adonai, Yeshua HaMashiach, JHWH, Jezus Christus.
Bekeert u!

Psalm 78, vers 56 en 57 Maar zij verzochten God en waren weerspannig tegen Hem, de Allerhoogste, en onderhielden zijn getuigenissen niet; zij werden afvallig en trouweloos evenals hun vaderen; faalden als een bedrieglijke boog.

En Psalm 95, vers 6 tot en met 9 Treedt toe, laten wij ons nederwerpen en ons buigen, knielen voor de HERE, onze Maker; want Hij is onze God, en wij zijn het volk dat Hij weidt, de schapen zijner hand. Och, of gij heden naar zijn stem hoordet! Verhardt uw hart niet, gelijk bij Meriba, gelijk ten dage van Massa, in de woestijn, toen uw vaderen Mij verzochten, Mij op de proef stelden, ofschoon zij mijn werk hadden gezien.

En Psalm 96, vers 8 Geeft de HERE de heerlijkheid van zijn naam, brengt offer en komt in zijn voorhoven.

En Psalm 99, vers 9 Verhoogt de HERE, onze God, buigt u neder voor zijn heilige berg, want: Heilig is de HERE, onze God.

En Psalm 101, vers 1 tot en met 8 Van goedertierenheid en recht wil ik zingen, U, o HERE, wil ik psalmzingen. Ik wil acht geven op een onberispelijke wandel. Wanneer zult Gij tot mij komen? Ik wandel in oprechtheid mijns harten in mijn huis; ik stel geen schandelijke dingen voor mijn ogen; ik haat het doen der afvalligen, het kleeft mij niet aan. Een verkeerd hart wijke verre van mij, de boze wil ik niet kennen. Wie zijn naaste heimelijk lastert, die zal ik verdelgen; wie hoog van ogen en trots van hart is, die duld ik niet. Mijn ogen zijn op de getrouwen in den lande om bij mij te wonen; wie onberispelijk wandelt, die zal mij dienen. In mijn huis zal geen bedrieger wonen; de leugenspreker zal niet bestaan voor mijn ogen. Elke morgen zal ik verdelgen alle goddelozen des lands, en uit de stad des HEREN uitroeien alle bedrijvers van ongerechtigheid.

En Psalm 103, vers 21 Looft de HERE, al zijn heerscharen, gij zijn dienaren, die zijn wil volbrengt.

En Psalm 107, vers 42 en 43 De oprechten zien het en verheugen zich, alle onrecht sluit de mond. Wie is wijs? Hij lette op deze dingen, laat men acht slaan op de gunstbewijzen des HEREN.

En Johannes 3, vers 16 tot en met 21 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij “of zij” niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God. Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos. Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht, en gaat niet tot het licht, opdat zijn “of haar” werken niet aan de dag komen; maar wie de waarheid doet, gaat tot het licht, opdat van zijn “of haar” werken blijke, dat zij in God verricht zijn.

Ik ga nu, sprak de bode engel Gods, Ruacha, Yeshu, Shalom!

 

Opmerking: Volledige tekstweergave voor doven, slechthorenden en anderstaligen
Use Google Translate and Bookmark it. Please share and do not change © BC
Vertalers in andere talen zijn zeer welkom

More messages on this website, also in English, Spanish, Portuguese, German, Filipino, Indonesian, Swahili, Surinamese, Korean, Polish and Russian!

Bron: Evangelicalendtimemachine.com