DutchVideo 2020

Wees hervormd in uw denken en wandel!

Hebt Gij vleselijke ogen, ziet Gij zoals stervelingen zien? Waarom keert uw geest tegen God en zulke woorden uit uw mond laat gaan? Pas op! Uw eigen mond zullen u veroordelen, en uw eigen lippen getuigen tegen u.

Gepubliceerd op 17 November 2020 door Evangelical Endtime Machine International

Please share and do not change © BC

 

Volledige weergave:

Hallo, welkom! Op 16 November 2020, bracht de bode engel Gods deze boodschap over aan eindtijdprofeet Benjamin Cousijnsen..

Shalom! Ik begroet u in de almachtige Naam van Yeshua HaMashiach, JHWH, Jezus Christus. Voorwaar, mijn naam is Revorme, en ben een bode engel Gods.

Voorwaar, Kadosh, heilig is de Here!

Job 10, vers 4 Hebt Gij dan vleselijke ogen, ziet Gij zoals stervelingen zien?
En Job 11, vers 7 Kunt gij de geheimen Gods doorgronden, de Almachtige doorgronden ten einde toe?

En Job 13, vers 1 en 2 Zie, alles heeft mijn oog gezien, mijn oor gehoord en in zich opgenomen. Wat gij weet, weet ik ook, ik doe voor u niet onder.

En Job 12, vers 13 Bij Hem is wijsheid en sterkte, Hij heeft raad en doorzicht.
En vers 22 Hij legt de diepten uit de donkerheid bloot en brengt de diepe duisternis aan het licht.

En Job 15, vers 6 Uw eigen mond veroordeelt u, niet ik; ja, uw eigen lippen getuigen tegen u.
En vers 12 en 13 Wat sleept uw hart u mee en wat flikkeren uw ogen, dat gij uw geest tegen God keert en zulke woorden uit uw mond laat gaan?
En vers 17 Ik wil u onderrichten, luister naar mij: en wat ik geschouwd heb, dat wil ik vertellen.

En Job 20, vers 5 tot en met 7 Voorzeker, het gejubel der goddelozen duurt kort, en de vreugde der godvergetenen slechts een ogenblik. Al verheft zich zijn “of haar” trots hemelhoog, en raakt zijn “of haar” hoofd aan de wolken, hij “of zij” gaat als zijn “of haar” drek voor altijd te gronde; wie hem “of haar” gezien hebben, zeggen: Waar is hij “of zij”?

En Job 24, vers 13 en 14 Anderen behoren tot de vijanden van het licht, zij kennen zijn wegen niet en blijven niet op zijn paden. Tegen het daglicht maakt de moordenaar zich op en doodt de ellendige en de arme, en des nachts is hij “of zij” een dief gelijk.
En vers 16 en 17 In het duister dringt men de huizen binnen; overdag sluiten zij zich op, zij willen niets weten van het daglicht; want voor hen tezamen is diepe duisternis als morgenstond, daar zij met de verschrikkingen der diepe duisternis vertrouwd zijn.

En Job 26, vers 6 Het dodenrijk ligt voor Hem open, het verderf heeft geen bedekking.

En Job 28, vers 28 Maar tot de mens zeide Hij: Zie, de vreze des HEREN – dat is wijsheid, en van het kwade te wijken is inzicht.

Voorwaar, bekeer u!

Job 37, vers 21 Nu eens ziet men geen licht, verduisterd als het is door de wolken, dan weer jaagt de wind voorbij en maakt het helder.
En Job 38, vers 36 Wie heeft wijsheid gelegd in de donkere wolken of wie heeft inzicht verleend aan de grillige wolkengevaarten?

Voorwaar, vrees de Here en dwaal niet.

Psalm 10, vers 9 Hij loert in het verborgene als een leeuw in de struiken; hij loert om de ellendige te vangen, hij vangt de ellendige, hem trekkend in zijn net.

Voorwaar,

Psalm 29, vers 4 en 5 De stem des HEREN is vol kracht, de stem des HEREN is vol glorie. De stem des HEREN breekt ceders, ja, de HERE verbreekt de ceders van de Libanon.

En Psalm 32, vers 8 en 9 Ik leer en onderwijs u aangaande de weg die gij gaan moet; Ik raad u; mijn oog is op u. Weest niet als een paard, als een muildier zonder verstand, welks trots men bedwingt met toom en bit, opdat het u niet te na kome.

En Psalm 33, vers 13 tot en met 22 De HERE schouwt uit de hemel, Hij slaat alle mensenkinderen gade; uit zijn woonplaats ziet Hij naar alle bewoners der aarde, Hij, die hun aller harten vormt, die al hun werken doorgrondt. Geen koning wordt behouden door een machtig leger, geen held wordt gered door geweldige kracht; het paard faalt ter overwinning, en doet niet ontkomen door zijn geweldige sterkte. Zie, des HEREN oog is op hen die Hem vrezen, die op zijn goedertierenheid hopen, om hun ziel van de dood te redden, en hen in het leven te houden in hongersnood. Onze ziel verwacht de HERE, Hij is onze hulp en ons schild. Ja, in Hem verheugt zich ons hart, ja, op zijn heilige naam vertrouwen wij. Uw goedertierenheid, HERE, zij over ons, gelijk wij op U hopen.

En Psalm 34, vers 8 De Engel des HEREN legert Zich rondom wie Hem vrezen, en redt hen.
En vers 10 Vreest de HERE, gij, zijn heiligen, want wie Hem vrezen, hebben geen gebrek.

En Psalm 62, vers 6 tot en met 9 Waarlijk, mijn ziel, keer u stil tot God, want van Hem is mijn verwachting; waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet wankelen. Op God rust mijn heil en mijn eer, mijn sterke rots, mijn schuilplaats is in God. Vertrouwt op Hem te allen tijde, o volk, stort uw hart uit voor zijn aangezicht; God is ons een schuilplaats.

En Psalm 63, vers 2 tot en met 10 O God, Gij zijt mijn God, U zoek ik, mijn ziel dorst naar U, mijn vlees smacht naar U, in een dor en dorstig land, zonder water. Zo heb ik U in het heiligdom aanschouwd, ziende uw sterkte en uw heerlijkheid. Want uw goedertierenheid is beter dan het leven; mijn lippen zullen U roemen. Zo wil ik U prijzen mijn leven lang, in uw naam mijn handen opheffen. Als met vet en merg word ik verzadigd, mijn mond looft met jubelende lippen, wanneer ik Uwer gedenk op mijn legerstede, in nachtwaken over U peins. Want Gij zijt mij een hulp geweest, in de schaduw van uw vleugelen jubel ik. Mijn ziel is aan U verkleefd, uw rechterhand houdt mij vast. Maar wie mijn leven zoeken te verderven, zullen komen in de diepten der aarde.

Voorwaar, wees hervormd in uw denken en wandel, en overdenk deze boodschap.

Johannes 3, vers 16 tot en met 21 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij “of zij” niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God. Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos. Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht, en gaat niet tot het licht, opdat zijn “of haar” werken niet aan de dag komen; maar wie de waarheid doet, gaat tot het licht, opdat van zijn “of haar” werken blijke, dat zij in God verricht zijn.

Ik ga nu, sprak de bode engel Gods, Ruacha, Yeshu, Shalom!

 

Opmerking: Volledige tekstweergave voor doven, slechthorenden en anderstaligen
Use Google Translate and Bookmark it. Please share and do not change © BC
Vertalers in andere talen zijn zeer welkom

More messages on this website, also in English, Spanish, Portuguese, German, Filipino, Indonesian, Swahili, Surinamese, Korean, Polish and Russian!

Bron: Evangelicalendtimemachine.com