DutchVideo 2016

Wat anderen ook zeggen, God weet wat Hij doet!

Al verkochten de broers Jozef, en haatten ze hem, God had een plan en Jozef vertrouwde op God! En wat dan nog, als men denkt zoals Jozefs broers dachten? In het einde der tijden wil de God van Abraham en Izaäk en Jakob Zijn plannen uitvoeren. Lees of hoor de volledige boodschap Gods.

Gepubliceerd op 15 nov 2016 door Evangelical Endtime Machine International

Please share and do not change © BC

God has placed you where you are for a reason

Volledige weergave: 

Shalom, hartelijk welkom! Op 15 november 2016 bracht de bode engel Gods woord voor woord deze boodschap Gods over aan eindtijdprofeet Benjamin Cousijnsen.

Shalom! Ik begroet u in de wonderbare naam van Yeshua HaMashiach, JHWH, Jezus Christus. Voorwaar, mijn naam is Rafaël en ben een bode engel Gods.

Genesis 37, vers 1 tot en met 20  Jakob echter woonde in het land der vreemdelingschap van zijn vader, in het land Kanaän. Dit is de geschiedenis van Jakob. Jozef, zeventien jaar oud – hij was dus nog jong – placht met zijn broeders, de zonen van Bilha en de zonen van Zilpa, de vrouwen van zijn vader, de schapen te hoeden. En Jozef bracht kwaad gerucht aangaande hen aan hun vader over. En Israël had Jozef lief boven al zijn zonen, omdat hij hem een zoon des ouderdoms was; en hij maakte hem een pronkgewaad. Toen zijn broeders zagen, dat hun vader hem boven al zijn broeders liefhad, haatten zij hem en konden niet vriendelijk met hem spreken.
En Jozef had een droom en vertelde die aan zijn broeders; daarom haatten zij hem nog meer. Hij zeide namelijk tot hen: Hoort toch deze droom die ik gehad heb. Zie, wij waren aan het schoven binden in het veld – daar richtte mijn schoof zich op en bleef overeind staan, en zie, uw schoven omringden haar en bogen zich voor mijn schoof neer. Daarop zeiden zijn broeders tot hem: Wilt gij soms koning over ons zijn? Wilt ge soms over ons heersen? Toen haatten zij hem nog meer om zijn droom en om zijn woorden.
En hij had nog een andere droom, die hij aan zijn broeders verhaalde. Hij zeide: Nu heb ik weer een droom gehad, en zie, de zon, de maan en elf sterren bogen zich voor mij neer. Toen hij dit aan zijn vader en zijn broeders verhaalde, onderhield zijn vader hem daarover, en zeide tot hem: Wat voor een droom is dat, die gij gehad hebt? Zullen soms ik, uw moeder en uw broeders komen om ons voor u ter aarde neer te buigen? Zijn broeders dan benijdden hem, maar zijn vader hield de zaak in gedachten.
Eens waren zijn broeders heengegaan om de schapen van hun vader bij Sichem te weiden. Toen zeide Israël tot Jozef: Uw broeders weiden immers bij Sichem? Kom, ik wil u tot hen zenden. En hij zeide tot hem: Hier ben ik. Verder zeide hij tot hem: Ga toch en doe onderzoek naar de welstand van uw broeders en naar de welstand van de schapen en breng mij bescheid. En hij liet hem gaan uit het dal van Hebron en hij kwam te Sichem. Toen hij nu in het veld omdoolde, trof hem een man aan, die hem vroeg: Wat zoekt gij? En hij zeide: Ik zoek mijn broeders; vertel mij toch, waar zij weiden. Daarop zeide die man: Zij zijn van hier opgebroken, want ik heb hen horen zeggen: Laten wij naar Dotan gaan. Toen ging Jozef zijn broeders achterna en hij trof hen aan te Dotan. En zij zagen hem van verre. Maar voordat hij bij hen gekomen was, smeedden zij een aanslag tegen hem om hem te doden. Zij zeiden tot elkander: Zie, daar komt die aartsdromer aan. Nu dan, komt, laten wij hem doden en in een van de putten werpen, en laten wij dan zeggen: een wild dier heeft hem verslonden. Dan zullen wij zien, wat er van zijn dromen terechtkomt.

Voorwaar, zijn eigen broers vonden Jozef een aartsdromer, een verwend nest!
Ze geloofden niet dat God tot Jozef gesproken had. Ze dachten: ‘En dan heeft vader Israël hem lief boven ons. Wat denkt die Jozef wel wie hij is!’

Genesis 37, vers 23 tot en met 25  Zodra Jozef bij zijn broeders gekomen was, trokken zij Jozef zijn kleed uit, het pronkgewaad, dat hij droeg. En zij namen hem en wierpen hem in de put; de put nu was leeg, er stond geen water in. Daarna zetten zij zich neer om te eten. Toen zij hun ogen opsloegen – daar zagen zij een karavaan van Ismaëlieten aankomen uit Gilead, wier kamelen gom, balsem en hars droegen, op weg om dat naar Egypte te brengen.
En vers 28  Toen Midjanitische mannen, kooplieden, voorbijgingen, trokken zij Jozef omhoog, haalden hem op uit de put en verkochten Jozef voor twintig zilverstukken aan de Ismaëlieten; en dezen brachten Jozef naar Egypte.

Voorwaar, zo spreekt JHWH, Yeshua HaMashiach, Jezus Christus. 

Jesaja 55, vers 8 en 9  Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het woord des Heren. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten.

En Psalm 139, vers 17 en 18  Hoe kostelijk zijn mij uw gedachten, o God, hoe overweldigend is haar getal. Wilde ik ze tellen, zij zijn talrijker dan het zand; als ik ontwaak, dan ben ik nog bij U.
En Psalm 138, vers 3  Ten dage dat ik riep, hebt Gij mij geantwoord, Gij hebt mij bemoedigd met kracht in mijn ziel.

Voorwaar, al verkochten de broers Jozef, en haatten ze hem, God had een plan.
En Jozef vertrouwde op God! Gods wegen zijn ondoorgrondelijk!

Jeremia 32, vers 27  Zie, Ik, de Here, ben de God van al wat leeft; zou voor Mij iets te wonderlijk zijn?

Voorwaar, wat anderen ook zeggen, en al gaat het anderen hun verstand ver te boven, God weet wat Hij doet!
Denk eens aan Abraham, die zijn eigen geliefde zoon Izaäk moest offeren. Dit ging ook alle verstand ver te boven. Maar Abraham gehoorzaamde God. Voorwaar, ook Profeet Benjamin Cousijnsen, Gods ware eindtijdprofeet, is geen aartsdromer. En al zou men zo denken als de broers van Jozef, en al die Christenen, die in hokjes denken! Voorwaar, als u Genesis 37 tot en met 50 voor uzelf leest, zult u ontdekken dat Jozef door God machtig gebruikt werd.

Genesis 50, vers 15 tot en met 21  Toen Jozefs broeders zagen, dat hun vader gestorven was, zeiden zij: Als Jozef zich nu maar niet op ons gaat wreken en ons ten volle al het kwaad vergeldt, dat wij hem hebben aangedaan. Daarom zonden zij Jozef deze boodschap: Uw vader heeft vóór zijn sterven geboden: zo moet gij tot Jozef zeggen: och, vergeef toch de overtreding uwer broeders en hun zonde, want zij hebben u kwaad aangedaan. Nu dan, vergeef toch de overtreding der dienaren van de God uws vaders. En Jozef weende, toen men zo tot hem sprak. Ook kwamen zijn broeders zelf, wierpen zich voor hem neer en zeiden: Zie, wij zijn u tot slaven. Maar Jozef zeide tot hen: Vreest niet, want ben ik in Gods plaats? Gij hebt wel kwaad tegen mij gedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht, ten einde te doen, zoals heden het geval is: een groot volk in het leven te behouden. Vreest dus niet, ik zal u onderhouden en ook uw kinderen. Zo troostte hij hen en sprak tot hun hart.

Voorwaar, in het einde der tijden wil de God van Abraham en Izaäk en Jakob Zijn plannen uitvoeren.
Zo is dit alles geen droom, maar werkelijk belangrijk, dat Profeet Benjamin Cousijnsen en Profetes Theresa samen zijn voor Gods plan in de eindtijd. Voorwaar, steun Mijn werk! Zo spreekt de Heer, Yeshua HaMashach, JHWH, Jezus Christus.
Ik ga nu, Ruacha, Yeshu, Shalom! sprak Gods bode engel, en verdween.

En ook ik zeg u, Ruacha, Yeshu, Shalom! Gods zegen

 

Opmerking: Volledige tekstweergave voor doven, slechthorenden en anderstaligen
Use Google Translate and Bookmark it. Please share and do not change © BC
Vertalers in andere talen zijn zeer welkom

More messages on this website, also in English, Spanish, Portuguese, German, Filipino, Indonesian, Swahili, Surinamese, Korean, Polish and Russian!

Bron: Evangelicalendtimemachine.com