DutchVideo 2021

Stel u oren open en wees gezegend!

Gelijk geschreven staat: Hoe liefelijk zijn de voeten van hen, die een goede boodschap brengen. Maar niet allen hebben aan het evangelie gehoor gegeven. Want Jesaja zegt: Here, wie heeft geloofd wat hij van ons hoorde? Zo is dan het geloof uit het horen, en het horen door het woord van Christus. Maar ik vraag: hebben zij het dan niet gehoord? Zeer zeker: Over de ganse aarde is hun geluid uitgegaan en tot de einden der wereld hun woorden.

Gepubliceerd op 22 maart 2021 door Evangelical Endtime Machine International

Please share and do not change © BC

 

Volledige weergave:

Hallo, welkom! Op 19 Maart 2021 kreeg ik, Profeet Benjamin Cousijnsen, de volgende boodschap Gods, die ik heel graag met u wil delen.

Shalom! ik begroet u in de Kadosh, heilige Naam van de Koning der koningen, Yeshua HaMashiach, JHWH, Jezus Christus!

Voorwaar,

Openbaring 22, vers 17 En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En wie het hoort, zegge: Kom! En wie dorst heeft, kome, en wie wil, neme het water des levens om niet.
En 1 Johannes 4, vers 8 tot en met 11 Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde. Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem. Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze zonden. Geliefden, indien God ons zó heeft liefgehad, behoren ook wij elkander lief te hebben.
En vers 19 Wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.
En 1 Johannes 5, vers 4 en 5 Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof. Wie is het, die de wereld overwint, dan wie gelooft, dat Jezus de Zoon van God is?

Voorwaar, een ieder die gelooft zegt: Halleluja!

Hebreeën 12, vers 12 Heft dan de slappe handen op en strekt de knikkende knieën.
En vers 14 Jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien.
En vers 28 Laten wij derhalve, omdat wij een onwankelbaar koninkrijk ontvangen, dankbaar zijn en hierdoor God vereren op een Hem welbehagelijke wijze met eerbied en ontzag.
En Hebreeën 13, vers 20 en 21 De God nu des vredes, die onze Here Jezus, de grote herder der schapen door het bloed van een eeuwig verbond heeft teruggebracht uit de doden, bevestige u in alle goed, om zijn wil te doen, terwijl Hij aan ons doe, wat in zijn ogen welbehagelijk is door Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
En Jakobus 2, vers 17 Zo is het ook met het geloof: indien het niet met werken gepaard gaat, is het, op zichzelf genomen, dood.
En vers 26 Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder werken dood.
En Jakobus 3, vers 1 Laat niet zovelen uwer leraars zijn, mijn broeders “en zusters”; gij weet immers, dat wij er des te strenger om geoordeeld zullen worden.
En vers 13 Wie is wijs en verstandig onder u? Hij “of zij” tone uit zijn “of haar” goede wandel zijn “of zij” werken met wijze zachtmoedigheid.

Voorwaar, mijn naam is Lovesadai, en ben een bode engel Gods.

2 Korintiërs 3, vers 17 De Here nu is de Geest; en waar de Geest des Heren is, is vrijheid.
En 1 Korintiërs 15, vers 46 tot en met 51 Doch het geestelijke komt niet eerst, maar het natuurlijke, en daarna het geestelijke. De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel. Gelijk de stoffelijke is, zijn ook de stoffelijken, en zoals de hemelse is, zijn ook de hemelsen. En gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de hemelse dragen. Dit spreek ik evenwel uit, broeders “en zusters”: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven en het vergankelijke beërft de onvergankelijkheid niet. Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden.
En vers 58 Daarom, mijn geliefde broeders “en zusters”, weest standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het werk des Heren, wetende, dat uw arbeid niet vergeefs is in de Here.

En 1 Korintiërs 9, vers 16 tot en met 19 Want indien ik het evangelie verkondig, heb ik geen stof tot roemen. Immers, ik ben ertoe genoodzaakt. Want wee mij, indien ik het evangelie niet verkondig! Want doe ik dit gewillig, dan heb ik aanspraak op loon; maar doe ik het niet uit eigen beweging, de taak blijft mij toch opgedragen. Wat is dan mijn loon? Dit: door mijn evangelieprediking het evangelie om niet te mogen brengen, en zo van mijn bevoegdheid als evangelieprediker geen gebruik te maken. Want hoewel ik vrij sta tegenover allen, heb ik mij allen dienstbaar gemaakt, om er zoveel mogelijk te winnen.
En vers 22 tot en met 27 Ik ben voor de zwakken zwak geworden, om de zwakken te winnen; voor allen ben ik alles geweest, om in elk geval enigen te redden. Alles doe ik ter wille van het evangelie, om er zelf ook deel aan te verkrijgen. Weet gij niet, dat zij, die in de renbaan lopen, allen wel lopen, doch dat slechts één de prijs kan ontvangen? Loopt dan zó, dat gij die behaalt! En al wie aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles; zij om een vergankelijke erekrans te verkrijgen, wij om een onvergankelijke. Ik loop dan ook niet maar in den blinde en ik ben geen vuistvechter, die zo maar in de lucht slaat. Neen, ik tuchtig mijn lichaam en houd het in bedwang, om niet, na anderen gepredikt te hebben, wellicht zelf afgewezen te worden.
En 1 Korintiërs 10, vers 15 Ik spreek immers tot verstandige mensen; beoordeelt dan zelf, wat ik zeg.
En Romeinen 10, vers 15 tot en met 18 En hoe zal men prediken zonder gezonden te zijn? Gelijk geschreven staat: Hoe liefelijk zijn de voeten van hen, die een goede boodschap brengen. Maar niet allen hebben aan het evangelie gehoor gegeven. Want Jesaja zegt: Here, wie heeft geloofd wat hij van ons hoorde? Zo is dan het geloof uit het horen, en het horen door het woord van Christus. Maar ik vraag: hebben zij het dan niet gehoord? Zeer zeker: Over de ganse aarde is hun geluid uitgegaan en tot de einden der wereld hun woorden.

En Johannes 3, vers 16 tot en met 21 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij “of zij” niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God. Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos. Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht, en gaat niet tot het licht, opdat zijn “of haar” werken niet aan de dag komen; maar wie de waarheid doet, gaat tot het licht, opdat van zijn “of haar” werken blijke, dat zij in God verricht zijn.

Voorwaar, laat de Heilige Geest Gods u aanraken.
Stel u oren open en wees gezegend!
Ik ga nu, sprak de bode engel Gods, Ruacha, Yeshu, Shalom!

 

Opmerking: Volledige tekstweergave voor doven, slechthorenden en anderstaligen
Use Google Translate and Bookmark it. Please share and do not change © BC
Vertalers in andere talen zijn zeer welkom

More messages on this website, also in English, Spanish, Portuguese, German, Filipino, Indonesian, Swahili, Surinamese, Korean, Polish and Russian!

Bron: Evangelicalendtimemachine.com