DutchVideo 2018

Satans toekomst staat al vast!

Voorwaar, licht en duisternis gaat niet samen, al doet de satan zich voor als een engel des lichts. Als God iemand voorgoed uitsluit om gered te worden, zoals onder andere satan, dan weet God wel zeker hoe hij of zij in elkaar zit, en dat er geen hoop meer is. (After clicking the video, wait for a moment until it plays.)

Gepubliceerd op 22 mei 2018 door Evangelical Endtime Machine International

Please share and do not change © BC

 

Volledige weergave:

Hallo, hartelijk welkom! Op 22 mei 2018 bracht Gods bode engel woord voor woord de volgende boodschap over aan Gods ware, eenvoudige, geliefde eindtijdprofeet in de laatste dagen, Benjamin Cousijnsen.

Shalom! Ik begroet u in de almachtige Naam van Yeshua HaMashiach, JHWH, Jezus Christus.

Voorwaar, Heilig, Kadosh is Abba, Vader, de God van licht en kracht en overwinning, de Koning der koningen, die vol van glorie is!

Job 12, vers 2  Waarlijk, gij zijt nog eens mensen: met u zal de wijsheid uitsterven.
En vers 7 tot en met 16  Maar vraag toch het gedierte, en het zal u onderrichten; het gevogelte des hemels, en het zal u inlichten. Of spreek tot de aarde, en zij zal u onderrichten, en laat de vissen der zee het u vertellen. Wie onder deze alle weet niet, dat de hand des Heren dit doet, in wiens hand de ziel is van al wat leeft en de geest van ieder sterveling? Toetst het oor de woorden niet, en proeft het gehemelte niet de spijze? Bij grijsaards zou wijsheid zijn, en lengte van dagen zou doorzicht betekenen? Bij Hem is wijsheid en sterkte, Hij heeft raad en doorzicht. Breekt Hij af, er wordt niet opgebouwd; sluit Hij iemand op, er wordt niet ontsloten; houdt Hij de wateren terug, zij verdrogen; laat Hij ze gaan, zij woelen de aarde om. Bij Hem is kracht en beleid… Tot zover.
En vers 22  Hij legt de diepten uit de donkerheid bloot en brengt de diepe duisternis aan het licht.

Voorwaar, 

Job 13, vers 1  Zie, alles heeft mijn oog gezien, mijn oor gehoord en in zich opgenomen.
Job 10, vers 4  Hebt Gij dan vleselijke ogen, ziet Gij zoals stervelingen zien?
En Job 11, vers 4  Gij zegt: Mijn leer is zuiver, en ik ben rein in uw ogen.
Job 11, vers 12  Als een leeghoofd tot inzicht gebracht kan worden, kan het veulen van een wilde ezel als mens geboren worden.
En vers 20  Maar de ogen der goddelozen zullen versmachten, elke toevlucht is hun afgesneden, wat zij te verwachten hebben, is het uitblazen van de adem.
Job 17, vers 12  De nacht willen zij maken tot dag: het licht zou meer nabij zijn dan de duisternis.
Job 22, vers 11 en 12  Of ziet gij de duisternis niet, en de watervloed die u overdekt? Woont God niet in de hoge hemel? Zie toch, hoe hoog de hoogste sterren staan!
Vers 5  Is niet uw boosheid groot, en zijn uw ongerechtigheden niet eindeloos?

Voorwaar, mijn naam is Remandach, en ben een bode engel Gods. 

Spreuken 14, vers 7  Ga de dwaze man “of vrouw” uit de weg, want verstandige lippen bemerkt gij daar niet.
En Spreuken 15, vers 10 tot en met 12  Gestrenge tuchtiging treft hem “en haar” die het rechte pad verlaat; wie terechtwijzing haat, zal sterven. Dodenrijk en verderf liggen open voor de Here, hoeveel te meer de harten der mensenkinderen! De spotter houdt er niet van, dat men hem “of haar” terechtwijst; tot de wijzen zal hij “of zij” niet gaan.
Vers 24  Het pad des levens gaat voor de verstandige opwaarts, opdat hij “of zij” ontwijke het dodenrijk beneden.
Vers 32  Wie de tucht in de wind slaat, veracht zijn “of haar” leven; maar wie naar terechtwijzing luistert, verkrijgt verstand.
En Spreuken 16, vers 16 tot en met 18  Hoeveel beter is het, wijsheid te verkrijgen dan goud, hoeveel verkieslijker is het, verstand te verwerven dan zilver! De koers der oprechten is: te wijken van het kwaad; wie acht geeft op zijn weg, bewaart zijn leven. Hovaardij gaat vooraf aan het verderf, en hoogmoed komt voor de val.
Vers 25  Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood.

En Prediker 12, vers 14  Want God zal elke daad doen komen in het gericht over al het verborgene, hetzij goed, hetzij kwaad.

Voorwaar, zo luidt het woord van Yeshua HaMashiach, JHWH, Jezus Christus, de Here der heerscharen, de Machtige Israëls, de Koning der koningen:
Voorwaar, licht en duisternis gaat niet samen, al doet de satan zich voor als een engel des lichts. De satan, de duivel, zal nimmer de waarheid spreken, omdat hij in de duisternis zit. Laat u hem toe in uw huis, dan zal het u berouwen. Want waar u mee omgaat, daar wordt u mee besmet! Al zet u uw deurtje maar iets open voor hem, dan neemt hij u in zijn macht!

Voorwaar, God maakt geen fouten.
En de satan komt de Hemel nooit meer binnen, en er is geen vergeving voor satan. Zijn toekomst staat al vast!

Openbaring 20, vers 10  En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheden.

Voorwaar, wie deelneemt aan kwaadsprekerij, en zo de vader van de leugen toelaat, die zal hetzelfde lot ondergaan, namelijk: de poel, die brandt van vuur en zwavel.
Voorwaar, als God iemand voorgoed uitsluit om gered te worden, zoals onder andere satan, dan weet God wel zeker hoe hij of zij in elkaar zit, en dat er geen hoop meer is. Daarom is alles bij God reeds bekend. Hij weet echt wel aan wie vergeving geschonken wordt, en aan wie niet. God kent zowel de mens door en door als de satan! Voorwaar,

Openbaring 6, vers 10  En zij riepen met luider stem en zeiden: Tot hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen?

Efeziërs 6, vers 10 tot en met 12  Voorts, weest krachtig in de Here en in de sterkte zijner macht. Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels; want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.

Voorwaar, vermijd alles wat met de duisternis te maken heeft, en blijf in het licht!

Johannes 3, vers 16 tot en met 21  Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij “of zij” niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God. Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos. Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht, en gaat niet tot het licht, opdat zijn “of haar” werken niet aan de dag komen; maar wie de waarheid doet, gaat tot het licht, opdat van zijn “of haar” werken blijke, dat zij in God verricht zijn.

Ik ga nu, Ruacha, Yeshu, Shalom! sprak Gods bode engel, en verdween.

En ook ik zeg u, Ruacha, Yeshu, Shalom! Gods zegen

 

Opmerking: Volledige tekstweergave voor doven, slechthorenden en anderstaligen
Use Google Translate and Bookmark it. Please share and do not change © BC
Vertalers in andere talen zijn zeer welkom

More messages on this website, also in English, Spanish, Portuguese, German, Filipino, Indonesian, Swahili, Surinamese, Korean, Polish and Russian!

Bron: Evangelicalendtimemachine.com