TeachingTestimonies

Overwinning na Gods genade

Gepubliceerd op 29 augustus 2019 door Evangelical Endtime Machine International

Hallo, van harte welkom! Ik ben Profeet Benjamin Cousijnsen. Ik heb hier allerlei kistjes, schatkistjes; ik heb daar drie van. Ik zal het u laten zien, drie stuks. En ik weet niet, of u weet wat daarin zit. Misschien hoor ik sommigen zeggen: “Ja, daar zit lucht in”. Dat zou weleens kunnen kloppen. Ik zal ze opendoen… daar zit niks in. En toch heeft daar iets ingezeten! Sommigen zeggen nu: “Een ijsje!” En dat klopt, er heeft een ijsje ingezeten. Maar daar ga ik het niet over hebben. Verzamel je schatten, niet op de Aarde, maar verzamel je schatten in de Hemel; dat zegt de Heer. 

Toen ik een jaar of 14 was, waren we met een groepje jongens, met Douwe, onder andere, en nog een paar jongens…
En we gingen naar een bos. Daar waren we aan het graven, heel diep aan het graven. En wat hadden we bedacht? Om een hut te gaan maken, een ondergrondse hut. Een van de jongens, Ronnie, hielp mij met het graven, en ook Douwe. We waren aan het graven, heel diep; het was een soort gang. En toen, op een dag, toen we daar waren en we daar weer heen waren gegaan voor de zoveelste keer…, dan gingen we vaak in onze hut, en dan hadden we ook nog kaarsjes, en hadden we allemaal van die boekjes bij ons, van Tarzan, Korak, en de Zoon van Tarzan, en Billie Turf, Kuifje, allemaal van die stripboekjes. Die zaten we daar dan te bekijken, en we zaten er zelfs gewoon over te praten en te lachen. Maar op een dag werden we gevolgd door een tweeling, en die heetten Eddie en Wiebe. Die werden eigenlijk echt heel erg gevreesd in de straat. En terwijl ze ons gevolgd hadden, – we wisten van niks en zaten in die hut – , toen opeens hoorde ik zeggen: “We gaan hun uitroken!” En ze begonnen een vuur te maken bij de ingang van de hut, de ondergrondse hut! En terwijl ze daar een vuurtje maakten, begon het behoorlijk te stinken en te roken. Ja, we hadden wel dood kunnen zijn. Maar we waren gelukkig slim genoeg, om die tunnel zo verder te graven, dat we aan de andere kant, zoveel kilometer verder, dat we er daar uit konden gelukkig! En als ik daaraan terugdenk, dan denk ik van, ‘Ja, de duivel, die kent ons hart. De duivel, die haat ons en die is ook jaloers’. En Wiebe was ook jaloers. Zij zagen echt wel dat we blij weggingen, en hadden ook die hut gezien. En ze probeerden echt, dat we zouden gaan stikken van de rook.

En zo wil de duivel dat ook doen: ons proberen te laten verstikken en dat we het niet overleven.
Soms kunnen we het echt zó benauwd krijgen, zó benauwd! Maar we mogen weten en dankbaar zijn, dat Yeshua HaMashiach, JHWH, Jezus Christus, altijd bij ons is en ons beschermt. En de grootste schat in ons leven, dat is toch wel Yeshua HaMashiach, JHWH, Jezus Christus! Ja, ik kan u zeggen, gelukkig: de Heer, die kent ons hart, of we nou kinderen zijn, of volwassenen. En ik ben blij, dat de Heer mij uit de wereld heeft getrokken en ook heeft laten zien, wat de werken van satan zijn.

Maar ik wil u bemoedigen, echt bemoedigen, wie u ook bent:
Als u uw hart aan de Heer hebt gegeven, en u hebt overtredingen gemaakt in uw leven, en u hebt daar echt spijt van, echt spijt, en u hebt het bij de Heer gebracht, dan is er genade. De Heer zegt ook aan het kruis: “Mijn genade is u genoeg”. Het gaat erom, dat we leren van onze fouten, en dat we vooruitkijken, want Hij heeft ons gekocht en betaald op het Kruis van Golgotha. Ik als Profeet, Benjamin Cousijnsen, moet ook eerlijk bekennen – ja, Profeet zijn is niet altijd makkelijk – ik moet u ook bekennen, dat ik ook weleens fouten heb gemaakt, waar ik ontzettend veel spijt van heb. En ik heb het bij de Heer gebracht. Maar de Heer zegt ook, op dit moment door mij heen: “Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen”. Maar toch wil ik daarbij zeggen: ja, wij zijn mensen. En ook al ben ik geheiligd als Profeet, ik zit wèl in het vlees. Dat wil ik u wel duidelijk maken, ik zit wel in het vlees. En het is niet zo, dat ik altijd maar rondloop met ‘Glorie’ en ‘Halleluja’, en dat ik hier rondloop als een heilige engel. Nee. Zie mij niet zo, alstublieft. Ik ben gewoon een Profeet van God, die alles doorgeeft en alles opschrijft, woord voor woord, wat de Heer mij doorgeeft.

En de Heer zei ook tegen de zondares, die gestenigd zou worden: “Ga heen, en zondig niet meer”.
Vanaf dat moment ging ze heen, en ik weet zeker, wat haar was overkomen, dat ze bijna gestenigd was, dat, vanaf dat moment, dat ze genade heeft gekregen van de Heer. Ik weet zeker, dat ze haar best deed en dat ze de Heer dankbaar was, en dat ze vooruitkeek en niet meer zondigde. Maar ik weet ook zeker, dat de duivel altijd heeft geprobeerd, ook naar haar toe, om te zeggen: “Ja maar, je hebt dat gedaan, je bent slecht!” Maar de Heer zegt: “Kijk vooruit en zondig niet meer”.

Dit is mijn getuigenis eigenlijk, en ook mijn eigen boodschap.
En ik wil u daarmee bemoedigen en zegenen, want ik weet zeker, dat er velen zijn, velen, die aangevallen worden, en niet alleen aangevallen door de boze. Maar de boze probeert alles te vernietigen, wat God toebehoort. En eigenlijk valt hij niet de persoon aan, maar God! U kent vast wel het bijbelverhaal van die vrouw, die gezondigd had en die gestenigd zou worden. Het is namelijk zo, dat op het moment dat ze gestenigd zou worden, sprong de Here als het ware voor haar in. En de Heer zei: “Wie zonder is, werpe de eerste steen”. Wat ik u daar ook duidelijk mee wil maken is, de Heer heeft haar vergeven. Ze is heengegaan, maar we moeten niet vergeten, dat de satan haar niet vergeven heeft, en dat ze daarna natuurlijk ook aangevallen werd door de duivel, en dat de duivel haar ook vaak ging influisteren van: “Je bent slecht, je bent zondig, je bent niet vergeven, en dit en dat…”. De duivel is altijd een aanklager geweest! Maar laten we ons allemaal richten op de Heer, en dankbaar zijn voor wat Hij voor ons heeft gedaan aan het kruis van Golgotha. En ja, hierbij wil ik het laten, en ik dank u voor het luisteren. We mogen dankbaar zijn, als de Heer ons heeft vergeven; dan hebben we genade ontvangen!

Ruacha, Yeshu, Shalom! Gods zegen