Openbaring Gods: Wat Henoch werkelijk meemaakte!

GEEF DIT DOOR, MARTA, SPRAK DE HEER, WANT DIT HEB IK OOK JOU GEOPENBAARD. EN DE HEER GAF NOG MEERDERE DETAILS OVER HETGEEN HENOCH ZAG. EEN BIJZONDERE ONTHULLING!

Gepubliceerd op 13 aug 2013 door Evangelical Eindtijdspace

Please share and do not change © BC

de geheimen van Henoch

Volledige weergave:

Hallo, van harte welkom! Ik wil vandaag met u een gedeelte bespreken uit het boek van Henoch. De Heer vroeg mij of ik de bevindingen, die Hij bevestigd en geopenbaard heeft aan mij, maar ook aan Profeet Benjamin Cousijnsen, en die waar zijn, met u te delen. Het is bijzondere informatie. Maar eerst begin ik in het kort te vertellen, waar het boek Henoch o.a. over gaat, zodat u, als u er nog nooit van gehoord heeft, zich er toch een voorstelling van kan maken.

De Heer openbaart en brengt sinds begin 2012 met regelmaat boodschappen, die Benjamin opschreef.

Deze Profeet Henoch, uit de oude tijd, schreef belangrijke informatie op. En de Heer bevestigde, dat deze informatie ook waarheidsgetrouw is. Het is door de eeuwen heen uit de Bijbel gehaald, omdat de boze niet wilde, dat deze belangrijke informatie, wat hem ontmaskert als het ware, de wereld in zou gaan. Nu brengt de Heer ook dit boek, naast de Deuterocanonieke boeken, weer terug in de Bijbel, omdat ze wel degelijk betrouwbaar zijn! Dit is wat de Heer ons dus duidelijk heeft gemaakt. Ik ga nu verder…

Het boek bevat, zoals ik al zei, belangrijke informatie.

Het spreekt o.a. over de eindtijd, het spreekt ook over de schepping van God, over de uitspraken die God doet naar de mensen, die ongehoorzaam waren in die tijd, uit de tijd van Noach. Sowieso stond Henoch, dat kunt u ook lezen, in contact met Noach. En hij was het ook, die namens de Heer, Noach vertelde, dat er door de zonden, waarin men leefde in die tijd, een zondvloed zou komen over de wereld, en dat er een straf voor de mensen zou komen. Hij gaf ook richtlijnen, die Henoch doorgaf aan Noach, om te kunnen overleven.

Het boek spreekt over de wachters: engelen die een bepaalde taak hadden namens de Heer op aarde.

Zij zagen de vrouwen uit die tijd, staat er in het boek, en raakten verliefd op die vrouwen en hadden gemeenschap met hen. Ze waren eigenlijk ongehoorzaam aan hun roeping, en daar kwamen dus reuzen uit voort. Deze reuzen waren geen vriendelijk volk, maar ze onderdrukten de mensen. Op een gegeven moment was er een schaarste aan voedsel en begonnen ze dieren, bloed en zelfs mensen op te eten.

Er was grote onrecht op aarde, grote afvalligheid onder de mensen.

Want deze gevallen engelen leerden de mensen dus ook allerlei occulte praktijken, wat u ook terug kunt lezen. En uiteindelijk zie je, dat de heilige engelen, die een hoge functie in de hemel hebben, zoals Michaël, Rafaël, Uriël en Gabriël, bij de Heer komen, en voor de mensen opkomen en zeggen: “Heer, heeft u het gezien, want we horen zelfs de klacht tot aan de deuren van de hemel.”

En God doet daar uitspraak over en geeft Henoch richtlijnen, om te gaan teruggeven aan deze gevallen engelen, dat ze gestraft zullen gaan worden.

Er staat dat Henoch de gevallen engelen op een gegeven moment huilend aantreft. Zij verzoeken Henoch om een verzoekschrift te geven aan God, om met betrekking tot de bestraffing daar dan toch mild in te zijn. Maar de Heer wijst dat af, en op het moment dat Henoch opnieuw met dat verzoekschrift aan God in gebed is, krijgt Henoch verschillende visioenen van bestraffing, zoals hij het noemt in hoofdstuk 13. En over deze visioenen van bestraffing – om alles eigenlijk in te korten – kunt u in dit boek dus zelf gaan lezen.

Ik wil het met u hebben over hoofdstuk 14, want dit is wat Henoch meemaakte.

Tussendoor zal ik de uitleg toevoegen, en wederom zeg ik: omdat de Heer dit zowel aan mij als Benjamin heeft geopenbaard en bevestigd. En deze informatie wil ik u niet onthouden. Het zal u een hele nieuwe kijk geven! Ik zou zeggen: Onderzoek het en wijs het niet af, maar onderzoek het met een open hart en breng het bij de Heer. Ik ga het nu aan u voorlezen en ik zal de dingen toevoegen, die de Heer mij en Benjamin duidelijk heeft gemaakt…

Het boek van de woorden van de rechtvaardigheid en van de terechtwijzing van de eeuwenoude wachters in overeenstemming met de verordening van de Heilige Verhevene in het visioen.

Henoch zegt: Ik zag in mijn slaap.

Ik zeg: Henoch sliep niet, en dat hoort u verderop in de tekst, dat het geen slaap was, maar dat hij eigenlijk opgenomen werd.

Ik zag in mijn slaap hetgeen ik nu vertellen zal met een tong van vlees, schrijft hij verder, en de adem van mijn mond: die de Verhevene aan de mensen gegeven heeft om ermee met elkaar te overleggen en in hun hart begrip te verkrijgen. Zoals Hij de mens heeft geschapen en hem het vermogen heeft gegeven het woord van wijsheid te begrijpen, zo heeft Hij mij eveneens geschapen en mij het vermogen gegeven om de Wachters, de kinderen der hemel, “zo werden zij genoemd toen”, terecht te wijzen.

Want Henoch had de taak gekregen, om hen terecht te wijzen namens God. Ondertussen had hij dat verzoekschrift bij de Heer gebracht, en daarna kreeg hij deze visioenen.

Ik heb het verzoekschrift van ulieden uitgeschreven, “zei hij tegen de wachters”, en in mijn visioen werd het aldus duidelijk, dat uw verzoekschrift zelfs niet tot in alle dagen der eeuwigheid ingewilligd zal worden, en dat dit oordeel uiteindelijk aan u is opgelegd: het zal niet voor u ingewilligd worden. “Dit moest hij namens God zeggen”. En van nu af aan zult gij niet meer in de hemel opstijgen…

Deze engelen kenden blijkbaar de techniek van het opstijgen in een ruimteschip; dit even ter zake.

… tot in alle eeuwigheid, en in de kluisters der aarde, zo luidt de verordening…

Ze zouden worden opgesloten in de diepten der aarde, als straf. Bij vers 6 ga ik verder:

… zult gij voor alle dagen der wereld gebonden worden. Maar voordien zult gij de vernietiging van uw geliefde zonen meemaken…

Voordat ze gebonden werden, zouden ze zien, hoe de reuzen – hun zonen en dochters, die reuzen waren – vernietigd werden en hoe ze elkaar gingen bestrijden.

… en gij zult geen plezier aan hen beleven, maar zij zullen voor uw ogen omkomen door het zwaard. En uw verzoekschrift ten behoeve van hen zal niet ingewilligd worden, evenmin als die van ulieden zelf: ook al weent en bidt gij en spreekt gij alle woorden, die het geschrift bevat dat ik heb geschreven.

Want ze waren aan het huilen, op het moment dat Henoch naar hen toeging, omdat ze bang waren voor de straf, die hen te wachten stond. En dan vers 8:

En het visioen werd mij aldus getoond, “en nu komt het”: Zie, in het visioen nodigden wolken mij uit en was er mist die mij opriep…

En dan ga ik toevoegen: Deze mist, die hem uitnodigde… het gebeurde dus echt, want hij zegt: Het is een visioen, dat mij uitnodigde. Maar hij hoorde dus Zijn stem in de wolken, die mij uitnodigde, die mij opriep, zegt hij. Het gebeurde dus echt, dat is wat ik eruit kan halen en wat bevestigd werd door de Heer, dat hij de stem hoorde van God, die hem riep. Hij hoorde dus zijn naam en werd uitgenodigd naar Hem, naar God, toe te komen. En dan staat er:

… en de baan der sterren en lichtflitsen deden mij spoeden en haasten…

Dit, ‘de baan der sterren’ betekent: Er was een landingsbaan, een plek, waar ze dus opgestraald werden, en dat beschrijft hij als de baan der sterren. En lichtflitsen deden mij spoeden en haasten: deze lichtflitsen was de lichtbundel, die hem optrok. Hij werd in feite, gaf de Heer aan, dat hij langzaam werd opgestraald. De Heer straalde hem langzaam op, om hem niet te laten schrikken. Denk maar een zwevende astronaut, maar waarschijnlijk ervoer hij dat toch nog als spoeden en haasten in die tijd.

… en de winden in het visioen deden mij vliegen en tilden mij op, en droegen mij ten hemel…

‘En de winden’ betekent: De luchtstroom, die hij ervoer, toen hij de lucht ingezogen werd. En hij beschrijft het als: de winden in het visioen deden mij vliegen en tilden mij op. En ondertussen zag hij dus de lichtflitsen, de lichten aan de onderkant van het schip:

En ik ging er binnen, “hij ging dus het ruimteschip, het Elohim schip, binnen, zegt de Heer”, totdat ik langs een muur trok, die uit kristallen opgebouwd was…

Omdat zowel de binnenkant als de buitenkant van het schip transparant en glimmend was, beschrijft hij het als: uit kristallen opgebouwd.

… en omgeven werd door tongen van vuur.

De binnen- en buitenkant van het schip hebben een uitstraling, die er uit ziet als vuur, zeg maar, de energie en de kleur ervan, en de beweging ervan.

En het begon mij schrik aan te jagen. En ik ging de tongen van vuur binnen en trok langs een groot huis dat uit kristallen was opgebouwd.

Dus hij ging het Elohim schip binnen. Hij beschrijft dat als: Ik ging langs een groot huis.

En de muren van het huis waren gelijk een betegelde vloer uit kristallen gemaakt…

Hij kon zien, dat de vloer uit kristallen was gemaakt, dat het transparant en glimmend was.

En haar fundering was van kristal, “dus alles was transparant en glanzend.” Haar bovenbouw was als het pad der sterren…

Dus hij zag eigenlijk belichting, die hij niet kon benoemen. Hij benoemt het als het pad der sterren en:

lichtflitsen, en daartussen waren gloeiende cherubijnen…

Dus in die ruimte, in dit Elohim schip, waren deze speciale engelen, die bekend staan als engelen, die dichtbij de troon van God staan, en die ook in de Bijbel terugkomen.

… en hun gewelf, “de bovenkant van deze engelen”, was helder als water, “dus eigenlijk bijna transparant, bijna doorzichtig.” Een vlammend vuur omgaf de muren, “dus weer die gloed en trilling of vlammen, die je ziet, zeg maar”, en haar portalen, “dus ook de deuren. Denk maar aan deuren, die open- en dichtgaan”, die gloeiden “ook” met vuur. En ik ging dat huis binnen…

Dus hij stapte opnieuw door een deur heen naar een ander vertrek. Daar zag hij ook diezelfde uitstraling van de muren, want hij beschrijft:

… en het was er heet als vuur en koud als ijs…

Dus het was geen vuur, die muren, maar: diezelfde warme gloed en bewegende uitstraling van Gods kracht. En koud als ijs, dus hij brandde zich daar niet aan. Waarschijnlijk heeft hij het aangeraakt, dat hij kan zeggen: koud als ijs, omdat het niet brandde.

… en er waren geen levenstekenen daarbinnen…

Dus hij zag geen mensen in die ruimte, en toen werd hij eigenlijk zo bang en kreeg hij het zo benauwd:

… vrees bedekte mij, en benauwing kreeg mij in haar greep. En terwijl ik sidderde en trilde, viel ik op mijn aangezicht.

Hij is flauwgevallen, terwijl hij op zijn knieën zat. Maar de Heer heeft het ook toegelaten, en dat heeft de Heer ook bevestigd, want hij had eigenlijk een uittreding. Hij beschrijft het als:

En ik kreeg een visioen.

Maar in feite was dit nodig, gaf de Heer via Benjamin Cousijnsen aan, omdat hij in de geest verder kon zien. Anders was de kracht van God te groot geweest.

En zie! “staat er”, Er was een tweede huis… “en toen kon hij dus in die tweede ruimte komen”, groter dan het vorige, en het gehele portaal stond voor mij open…

Deze deuren stonden dus wagenwijd open, en toen kwam hij in een ruimte…

… en het was “wederom” uit vuurvlammen gebouwd, “zegt hij, dus weer diezelfde gloed”. En in elk opzicht blonk het zo uit in schittering en uitnemendheid en grootsheid…

Dus de ruimte en de schittering was werkelijk zo groot, dat hij niet in staat is, zegt hij:

… dat ik niet in staat ben aan ulieden haar schittering en grootsheid te beschrijven.

Dat hij met woorden eigenlijk niet kan beschrijven, wat hij zag. De Heer beschrijft en voegt er aan toe, dat deze ruimte, deze Elohim, zelfs groter is dan heel Israël bij elkaar. Dus het is niet zo vreemd, dat Henoch het niet kon beschrijven. Het was gewoon een echte grote lichtende ruimte.

En haar vloer was van vuur, “dus weer die glans zeg maar, die warme kleur”, en erboven waren lichtflitsen, “dus weer die belichting”, en het pad der sterren, en haar bovenbouw was eveneens een vlammend vuur.

Dus de kracht Gods bedekt alle muren en het hele Elohim schip aan alle kanten. En dat geeft een prachtig mooie uitstraling, die door Henoch als het ware het dichtst benaderd beschreven wordt als een ‘vuurgloed’. En Henoch zegt verder vanaf vers 18:

En ik keek en zag daarbinnen een verheven troon, waarvan het uiterlijk was als kristal…

Wat Henoch zag was letterlijk, niet figuurlijk!, het Heilige der Heiligen, waar God op de troon zit. En God troont op een prachtige, onbeschrijflijk mooie, heldere troon. Henoch beschrijft deze troon dus als het uiterlijk van een kristal.

… en de wielen ervan, “van deze verheven troon”, waren als de schijnende zon, en daar was de aanblik van cherubijnen.

Dus er bevond zich een beweegbaar mechanisme onderaan de troon. En hij zag ook de aanblik van cherubijnen, dus die keken naar hem. De Bijbel spreekt ook over deze cherubijnen. Het zijn heilige engelen Gods, die dichtbij de troon van God staan en ook de troon bewaken. En het zijn ook aanbiddingsengelen.

En vanonder de troon kwamen er stromen vlammend vuur vandaan, zodat ik er niet naar kon kijken.

Hij beschrijft dit met menselijke ogen, ook als hij in de geest is – hij was nu in de geest – dat hij er niet naar kon kijken, dus zo uitnemend, zo groot is die heerlijkheid!

En de Grote Majesteit zat daarop, en Zijn gewaad scheen helderder dan de zon en “bij vers 21”, was witter dan welke sneeuw dan ook. Geen der engelen kon binnenkomen en Zijn gezicht aanschouwen om redenen van Zijn uitnemendheid en heerlijkheid…

Dus Henoch maakt duidelijk, dat zelfs de engelen niet zomaar kunnen binnenkomen en Zijn gezicht aanschouwen, om redenen, vanwege de grote kracht en heerlijkheid, die aanwezig is bij en rond de troon van God.

… en geen vlees kon Hem aanschouwen. “Zelfs hij niet in de geest”. Het vlammende vuur was rondom Hem, en er stond een groot vuur voor Hem, en niemand die in de buurt was kon hem benaderen: myriaden maal myriaden stonden voor Hem, en toch had Hij geen raadgever nodig. En de meest heiligen die dichtbij Hem waren, gingen tegen de nacht niet weg en verlieten Hem niet.

Over deze oudsten schrijft Openbaring ook: de oudsten die rond de troon zijn en God aanbidden.

En tot op dat moment had ik voorover gelegen op mijn gezicht, bevend: en de Heer riep mij met zijn eigen mond, en zei tegen mij: ‘Kom hierheen, Henoch, en hoor mijn woord’. En een van de heiligen kwam naar mij toe en maakte mij wakker…

Hier in deze zin zie je heel duidelijk, dat hij uit zijn lichaam is en het heeft mogen aanschouwen, maar nu wordt hij wakker gemaakt. De Heer geeft toestemming, en dan gaat nu de deur open, en staat Henoch weer in diezelfde ruimte, waar God is, alleen nu met zijn lichaam. Denk maar aan de scepter van God, dat je alleen de troon kan naderen, als de Heer via Zijn scepter zeg maar, toestemming geeft. En de Heer gaf op de een of andere manier toestemming, en toen kwam hij in zijn lichaam terug, en daarna ging hij werkelijk die zaal in met lichaam en al.

… en hij deed mij opstaan en de deur naderen, en ik boog mijn gezicht omlaag, “zegt hij”.

En dan lees ik nu hoofdstuk 15:

En Hij antwoordde en zei tegen mij, en ik hoorde Zijn stem: ‘Vrees niet, Henoch, gij rechtvaardige man en schriftsteller van rechtvaardigheid: kom nader en luister naar mijn stem. En ga, zeg tegen de wachters der hemel, die u gezonden hebben om voor hen te bemiddelen: Gijlieden zijt degenen die voor de mensen moet bemiddelen, en niet de mens voor u: Waarom hebt gij de hoge, heilige, en eeuwige hemel verlaten, en bij vrouwen gelegen, en uzelf met de dochters der mensen verontreinigd en uzelf vrouwen toegeëigend, en gelijk de kinderen der aarde gedaan, en reuzen als uw zonen verwekt? En ondanks dat gij heilig en geestelijk waart, en het eeuwig leven had, hebt gij uzelf met het bloed van vrouwen verontreinigd, en kinderen met het bloed dat in het vlees is verwekt, en gelijk de mensenkinderen vlees en bloed begeerd, zoals ook zij doen die doodgaan en verdwijnen. Daarom heb ik hen ook vrouwen gegeven, zodat zij die zwanger konden maken, en kinderen van hen konden krijgen, opdat het hun aldus aan niets op aarde zou ontbreken. Maar gij waart voorheen geestelijk, het eeuwig leven bezittend, en onsterfelijk voor alle generaties van de wereld. En daarom heb Ik geen vrouwen voor u bestemd; want wat de geesten der hemel betreft, in de hemel is hun verblijfplaats. En nu zullen de reuzen, die voortgekomen zijn uit geest en vlees, kwade geesten genoemd worden op de aarde, en op de aarde zal hun verblijfplaats zijn. Kwade geesten zijn van hun lichamen uitgegaan, want uit mensen zijn ze geboren, maar bij de heilige Wachters ligt hun begin en eerste oorsprong; zij zullen kwade geesten op aarde zijn, en kwade geesten zullen zij genoemd worden. En zoals de geesten van de hemel in de hemel hun woonplaats zullen hebben, zo zullen de geesten van de aarde, die op aarde geboren zijn, hun woonplaats op aarde hebben. En de geesten der reuzen teisteren, onderdrukken, vernietigen, vallen aan, strijden, en bewerken de afbraak van de aarde, en veroorzaken moeilijkheden: zij nemen geen voedsel, maar hongeren en dorsten desondanks, en geven beroeringen. En deze geesten zullen tegen de mensenkinderen opstaan, en tegen de vrouwen, omdat zij van hen uitgegaan zijn.

Ik eindig bij dit hoofdstuk.

Benjamin Cousijnsen kreeg in 2012 ook een visioen van de Heer.

Ook in dit visioen ging hij mee in de geest. In de samenvatting zal ik aangeven, waar u dit terug kunt vinden. Het gaat dus over deze gevallen engelen, die bestraft werden.

Ze moesten eerst aanzien, dat hun kinderen, de reuzen, gedood werden. En ze werden dus gebonden, diep in de aarde. Daar zijn ze vele eeuwen gebleven, en een relatief korte tijd daarna losgelaten.

En nu zijn deze machten, samen met de geesten van hun kinderen, die zeer wraakzuchtig zijn, op de aarde. Hetgeen hier beschreven staat, is wat zij nu op dit moment in toenemende mate in de wereld doen. Hier staat: de geesten der reuzen teisteren, onderdrukken – het zijn machten van vernietiging! – vallen aan, strijden en bewerken de afbraak van de aarde. Zij willen dus Gods schepping echt verwoesten in een zo kort mogelijke tijd, en veroorzaken moeilijkheden. Zij nemen geen voedsel, maar hongeren en dorsten desondanks, en geven beroeringen. Ze zetten mensen op tegen elkaar. En deze geesten zullen tegen de mensen opstaan, tegen de vrouwen, omdat zij van hen uitgegaan zijn.

Dus de Heer maakt ook het volgende duidelijk – en is deze informatie ook heel belangrijk, want in Gods woord staat:

We strijden niet tegen vlees en bloed, maar tegen de machten, tegen de overheden dezer duisternis.

Ja, misschien staat u echt te tetteren met uw oren, zoals ik altijd zeg. Maar dit is wat de Heer nu aan u openbaart. Ik vind het heel bijzonder, dat ik het u mag doorgeven. Ik zou zeggen: lees het, bestudeer het en leg het bij de Heer. Maar open uw hart ook!

Gods zegen!

Ik heb gedaan, wat de Heer van mij, van Benjamin, vroeg.

Ik, Marta, ben eigenlijk Benjamins stem. Normaal dan lees ik alleen maar voor, hetgeen de Heer doorgeeft aan Benjamin Cousijnsen, 100%, maar de Heer sprak ook nu 100% duidelijk, dat we dit moesten delen met u. En de openbaring komt niet van mij, en ook niet van Benjamin. Het komt ook 100% van de Heer, die het openbaart en nog eens bevestigt. Voordat ik dit ging voorlezen, heeft de Heer elke zin, die ik uitsprak, bevestigd, dat het goed was. Dus, ja, ik wens u Gods zegen ermee.

Mocht u de Heer nog niet kennen, Kom tot Hem en aanvaard Hem als de Redder en als Heiland in uw leven.

Want Hij gaf Zijn leven voor u aan het kruis van Golgotha, juist om deze machten en krachten te verbreken, en de zondeval, en alles wat er bij komt kijken, de scheiding die ontstond tussen God en de mensen, door wat er gebeurde in de geschiedenis.

En Jezus Christus heeft u vrijgekocht van de macht der zonde, door een offer te worden voor uzelf. Kom tot Hem! want Hij zal u verlossen, op het moment dat u Hem toelaat in uw leven.

Zeg maar eenvoudig van, “Heer, kom in mijn leven. Ik besef dat ik het niet alleen kan. Wilt u ook mijn Heiland zijn, ook mijn Heer en Koning, en verander mij”.

Luister naar de boodschappen, die komen van God zelf.

Hij is Dezelfde, gisteren, vandaag en tot in alle eeuwigheid. Ik zou echt niet zoveel moeite nemen, dag aan dag aan dag aan dag… om alle boodschappen in te spreken. Ik kan dit niet uit mijzelf verzinnen. Benjamin krijgt waarlijk alle pakketjes, gewoon elke boodschap tot in alle details, met alle plaatsen in de Bijbel, wat hij alleen maar op hoeft te schrijven. En het mooie is, ik kijk het altijd na, want God maakt geen fouten, maar wij mensen maken soms wel fouten. Soms vergeet hij een woordje, of is hij moe, of wat dan ook; hij blijft een mens. Maar over het algemeen is het gewoon goed, en zitten er gewoon nauwelijks fouten in wat dat betreft. En ik verbaas me er ook altijd weer over, dat de Heer precies weet, waar alles staat.

Hij is het Woord.

Er staat geschreven: In het begin was het Woord, en het Woord was bij God en het Woord was God, en alles is door het Woord geworden, wat geworden is. Hij spreekt, en het is er. Dus het is eigenlijk logisch, dat de Heer alle boodschappen geeft. Hij weet precies, wat waar staat. Het is zo mooi. Het zijn echt pareltjes van boodschappen.

Maar luister er niet alleen naar, maar neem het serieus! Mocht u een Christen zijn, die beseft ook van: Het is waar! Maar het gaat in tegen alles waar ik mee op ben gevoed, of wat ik gehoord heb in mijn kerk! of ik word gewaarschuwd van, “Nee, niet luisteren naar hem”. Maar wees u bewust, dat u ook uw eigen verantwoordelijk heeft in uw leven, om te luisteren naar de boodschappen. Want ook al zegt Jantje of Pietje, wie hij ook is, of zij: “Luister er niet naar!” Dan kunt u straks wel met de vinger wijzen bij de troon van God: “Ja, maar meneer de voorganger zei het!” Maar u heeft ook uw eigen verantwoordelijkheid! In de Bijbel staat ook geschreven: ‘Onderzoek alles en behoud het goede’. Dus iedereen heeft de verantwoordelijkheid, om alles te onderzoeken.

U kunt uit angst u gaan afsluiten en bij het oude vertrouwde blijven, maar voor hetzelfde mist u de boot, omdat u niet klaar was – en er was zonde in uw leven – voor de Komst van de Heer. Want deze Opname gaat geschieden! en wellicht eerder dan u denkt.

De Heer heeft het niet zomaar aan ons gegeven; wij zijn maar hele gewone mensen. Maar echt, ik kan alleen maar zeggen: “Alstublieft, doe er iets mee”, want alleen de Heer kan u overtuigen. Maar u moet uw hart er wel voor openen.

God zegene u, Shalom!

 

Opmerking: Volledige tekstweergave voor doven, slechthorenden en anderstaligen

Use Google Translate and Bookmark it.

PLEASE SHARE THESE IMPORTANT MESSAGES! TRANSLATORS ARE WELCOME              

MORE MESSAGES by Benjamin Cousijnsen, also in English, Spanish, Portuguese, German, Filipino, Indonesian, Swahili, Korean, Russian and Dutch:

Evangelicalendtimemachine.com

Every Thursday we are live on the Endtime Live TV
Radio EndtimeNews
If you want to make a donation to the EvangelicalEndtimemachine you can do so here by clicking on the logo.
Bookmark This Site
Save this site to your favorites:
Keyboard: (Ctrl+D)

Click this logo for the Newsletter

Search
Malachi 3, verse 3 And he will sit as a refiner and purifier of silver, and he will purify the sons of Levi, and refine them as gold and silver; and they shall offer to the LORD offerings in righteousness. And verse 10 “Bring the whole tithe into the store-house, that there may be food in my house, and test me now in this,” says the LORD of hosts, if I will not open you the windows of heaven, and pour you out a blessing, that there shall not be room enough for.
Call out!

Are you a born again Christian and do you stand behind the messages from God given to Prophet Benjamin Cousijnsen? And are you completely fluent in your language as well as in English, and are you able to translate 100% from your own language to English, using email? Then you are warmly invited as a volunteer to help in this ministry to the honor of Yeshua HaMashiach, Jesus Christ, in order to work together with Marion, the secretary of the Evangelical EndTime Machine.
Ruacha, Yeshu, Shalom!