DutchVideo 2018

Niet alle asielzoekers vluchtelingen zijn criminelen!

Boodschap Gods: Ik moest de verbanning aanzien van mijn zonen en dochters, het onheil dat de Eeuwige over hen bracht. Verlies de moed niet, mijn kinderen, roep God aan, hij zal je bevrijden uit de harde greep van je vijand. Maar hoewel vele vluchtelingen gered zijn, kwam er geen dank uit de mond van velen, en men ging over op misdaad. (After clicking the video, wait for a moment until it plays.)

Gepubliceerd op 19 sept 2018 door Evangelical Endtime Machine International

Please share and do not change © BC

 

Volledige weergave:

Hallo, hartelijk welkom! Op 19 september 2018 bracht Gods bode engel woord voor woord de volgende boodschap over aan eindtijdprofeet van de laatste dagen, Benjamin Cousijnsen.

Shalom! Ik begroet u in de almachtige Naam van Yeshua HaMashiach, JHWH, Jezus Christus.

Voorwaar, 

Baruch 4, vers 10 tot en met 13  Ik moest de verbanning aanzien van mijn zonen en dochters, het onheil dat de Eeuwige over hen bracht. Met vreugde bracht ik mijn kinderen groot, maar jammerend van verdriet moest ik hen laten gaan. Laat niemand zich vrolijk maken over mij, een weduwe, door iedereen verlaten, vereenzaamd vanwege de zonden van mijn kinderen, want zij hebben zich van Gods wet vervreemd: ze hebben zijn voorschriften versmaad, zijn geboden naast zich neergelegd; ze lieten zich niet leiden door het onderricht in Gods recht.

Voorwaar, zoals de God van Abraham, Izaäk en Jakob vaak gesproken en onderricht heeft, hebben vele vluchtelingen zich niet gehouden aan Gods geboden. 

Baruch 4, vers 15 en 16  Hij leverde hen uit aan een volk van ver, een volk, onverstaanbaar en onbeschaamd, dat voor oude mensen geen eerbied kende, met kinderen geen medeleden had. Het ontnam de weduwe haar geliefde zonen, het beroofde de alleenstaande van haar dochters.

Voorwaar, men komt van ver.
Maar hoewel velen gered zijn, kwam er geen dank uit de mond van velen, en men ging over op misdaad!

Baruch 4, vers 19  Ga dan maar, mijn kinderen, ga maar; ik blijf hier eenzaam achter.

Voorwaar, mijn naam is Blesía, een bode engel Gods.
Bekeert u van uw wandel!

Johannes 3, vers 35 en 36  De Vader heeft de Zoon lief en heeft alle macht aan hem overgedragen. Wie in de Zoon gelooft heeft eeuwig leven, wie de Zoon niet wil gehoorzamen zal dat leven niet kennen; integendeel, Gods toorn blijft op hem rusten.
Johannes 4, vers 22  Jullie weten niet wat je vereert, maar wij weten dat wel; de redding komt immers van de Joden.
Johannes 5, vers 21  Want zoals de Vader doden opwekt en levend maakt, zo maakt ook de Zoon levend wie hij wil.
Johannes 8, vers 24  Ik heb tegen u gezegd dat u in uw zonden zult sterven, want als u niet gelooft dat ik het ben, zult u inderdaad in uw zonden sterven.

Baruch 4, vers 20 en 21  Ik heb het kleed van de voorspoed uitgedaan, mij gehuld in het rouwgewaad van mijn smeekgebed: ik zal de Eeuwige aanroepen zolang ik leef. Verlies de moed niet, mijn kinderen, roep God aan, hij zal je bevrijden uit de harde greep van je vijand.

Voorwaar, Kadosh, Heilig is de Here, Yeshua HaMashiach, JHWH, Jezus Christus!

Baruch 4, vers 25 tot en met 29  Kinderen, draag geduldig de toorn van God, die op je rust. De vijand heeft jullie in het nauw gedreven, maar spoedig zul je zijn ondergang zien, hem op de knieën dwingen. Mijn broze kinderen moesten een zware weg gaan, weerloze schapen ten prooi aan de roofzuchtige vijand. Verlies de moed niet, mijn kinderen, roep God aan, hij die jullie in nood bracht, zal jullie niet vergeten. Zoals jullie je inspanden om van God af te dwalen, zo moeten jullie, tot inkeer gekomen, met tienvoudige inzet hem weer zoeken. Want hij, die dit kwaad over je bracht, zal je ook redden en je eeuwige vreugde schenken.

Voorwaar,

Johannes 3, vers 16 tot en met 21  Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden. Over wie in hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij “of zij” niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon. Dit is het oordeel: het licht kwam in de wereld en de mensen hielden meer van de duisternis dan van het licht, want hun daden waren slecht. Wie kwaad doet, haat het licht; hij schuwt het licht omdat anders zijn “of haar” daden bekend worden. Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op, zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is in alles wat hij “of zij” doet.

Wie niet naar God, de enige God van al wat leeft, wil horen, gaat verloren.
Voorwaar, niet alle asielzoekers vluchtelingen zijn criminelen en misdadigers die niet luisteren naar God!
Ik ga nu, Ruacha, Yeshu, Shalom! sprak Gods bode engel, en verdween.

En ook ik zeg u, Ruacha, Yeshu, Shalom! Gods zegen

 

Opmerking: Volledige tekstweergave voor doven, slechthorenden en anderstaligen
Use Google Translate and Bookmark it. Please share and do not change © BC
Vertalers in andere talen zijn zeer welkom

More messages on this website, also in English, Spanish, Portuguese, German, Filipino, Indonesian, Swahili, Surinamese, Korean, Polish and Russian!

Bron: Evangelicalendtimemachine.com