DutchVideo 2021

Israël, overdenkt deze boodschap!

God heeft zijn volk niet verstoten, dat Hij tevoren gekend heeft. Of weet gij niet, wat het schriftwoord zegt in de geschiedenis van Elia, als hij Israël bij God aanklaagt? Als Israël niet doorgaat in hun ongeloof, zullen ze het worden geënt; want God is in staat hen opnieuw in te enten.

Gepubliceerd op 19 mei 2021 door Evangelical Endtime Machine International

Please share and do not change © BC

 

Volledige weergave:

Hallo, welkom! Op 18 mei 2021 kreeg ik, Profeet Benjamin Cousijnsen, de volgende boodschap Gods, die ik heel graag met u wil delen.

Shalom! Ik begroet u in de Kadosh, heilige en almachtige Naam van Yeshua HaMashiach, JHWH, Jezus Christus!

Voorwaar,

Romeinen 8, vers 18 Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden.

Voorwaar, spits uw oren en hoor aandachtig!

Romeinen 8, vers 22 tot en met 25 Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is. En niet alleen zij, maar ook wij zelf, wij, die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam. Want in die hoop zijn wij behouden. Maar hoop, die gezien wordt, is geen hoop, want hoe zal men hopen op hetgeen men ziet? Indien wij echter hopen op hetgeen wij niet zien, verwachten wij het met volharding.
En vers 31 Wat zullen wij dan van deze dingen zeggen? Als God vóór ons is, wie zal tegen ons zijn?
En vers 33 tot en met 35 Wie zal uitverkorenen Gods beschuldigen? God is het, die rechtvaardigt; wie zal veroordelen? Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte, die ter rechterhand Gods is, die ook voor ons pleit. Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking of benauwdheid, of vervolging of honger, of naaktheid, of gevaar, of het zwaard?
En vers 37 Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad.

Voorwaar, laat de Heilige Geest u aanraken in uw hart en ziel en gedachten.

Romeinen 9, vers 30 tot en met 33 Wat zullen wij dan zeggen? Dit: heidenen, die geen gerechtigheid najaagden, hebben gerechtigheid verkregen, namelijk gerechtigheid, die uit geloof is; doch Israël, hoewel het een wet ter gerechtigheid najaagde, is aan de wet niet toegekomen. Waarom niet? Omdat het hierbij niet uitging van geloof, maar van vermeende werken. Zij hebben zich gestoten aan de steen des aanstoots, gelijk geschreven staat: Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots en een rots der ergernis, en wie op hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.

Voorwaar, mijn naam is Revelado, en ben een bode engel Gods.

Romeinen 11, vers 2 God heeft zijn volk niet verstoten, dat Hij tevoren gekend heeft. Of weet gij niet, wat het schriftwoord zegt in de geschiedenis van Elia, als hij Israël bij God aanklaagt?
En vers 5 tot en met 7 Zo is er dan ook in de tegenwoordige tijd een overblijfsel gelaten naar de verkiezing der genade. Indien het nu door genade is, dan is het niet meer uit werken; anders is de genade geen genade meer. Wat dan? Hetgeen Israël najaagt, heeft het niet verkregen, maar het uitverkoren deel heeft het verkregen, en de overigen zijn verhard.

Voorwaar, deze boodschap is profetisch aan u doorgegeven. Overdenkt het!

Romeinen 11, vers 23 Maar ook zij zullen, wanneer zij niet bij hun ongeloof blijven, weder geënt worden; God is immers bij machte hen opnieuw te enten.
En vers 30 tot en met 32 Want evenals gij eertijds aan God ongehoorzaam waart, maar nu ontferming hebt gevonden door hun ongehoorzaamheid, zo zijn ook dezen nu ongehoorzaam geworden, opdat door de u betoonde ontferming ook zij thans ontferming zouden vinden. Want God heeft hen allen onder ongehoorzaamheid besloten, om Zich over hen allen te ontfermen.
En Romeinen 12, vers 21 Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.
En Romeinen 13, vers 10 tot en met 12 De liefde doet de naaste geen kwaad; daarom is de liefde de vervulling der wet. Gij verstaat immers de tijd wel, dat het thans voor u de ure is om uit de slaap te ontwaken. Want het heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het geloof kwamen. De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen des lichts!
En Romeinen 14, vers 13 Laten wij dan niet langer elkander oordelen, maar komt liever tot dit oordeel: uw broeder geen aanstoot of ergernis te geven.
En vers 16 Laat van het goede, dat gij hebt, geen kwaad gezegd kunnen worden.
En vers 19 Zo laten wij dan najagen hetgeen de vrede en de onderlinge opbouwing bevordert.
En Romeinen 16, vers 20 De God nu des vredes zal weldra de satan onder uw voeten vertreden. De genade van onze Here Jezus zij met u!
En 1 Korintiërs 2, vers 9 tot en met 15 Maar, gelijk geschreven staat:
Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben. Want óns heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods. Wie toch onder de mensen weet, wat in een mens is, dan des mensen eigen geest, die in hem is? Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest Gods. Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest uit God, opdat wij zouden weten, wat ons door God in genade geschonken is. Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken. Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is. Maar de geestelijke mens beoordeelt alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld.

En Johannes 3, vers 16 tot en met 21 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij “of zij” niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God. Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos. Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht, en gaat niet tot het licht, opdat zijn “of haar” werken niet aan de dag komen; maar wie de waarheid doet, gaat tot het licht, opdat van zijn “of haar” werken blijke, dat zij in God verricht zijn.

En Openbaring 22, vers 20 en 21 Hij, die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen, kom, Here Jezus! De genade van de Here Jezus zij met allen.

Ik ga nu, sprak de bode engel Gods, Ruacha, Yeshu, Shalom!

 

Opmerking: Volledige tekstweergave voor doven, slechthorenden en anderstaligen
Use Google Translate and Bookmark it. Please share and do not change © BC
Vertalers in andere talen zijn zeer welkom

More messages on this website, also in English, Spanish, Portuguese, German, Filipino, Indonesian, Swahili, Surinamese, Korean, Polish and Russian!

Bron: Evangelicalendtimemachine.com