DutchVideo 2019

Iemand slecht maken en vervloeken zal als een boemerang terugkomen

De boemerang zal al het slechte op hem of haar doen terugkomen, en het kwaad zal henzelf raken! En hun scheldwoorden zullen omgezet worden door God in zegeningen voor de anderen. (After clicking the video, wait for a moment until it plays.)

Gepubliceerd op 1 juli 2019 door Evangelical Endtime Machine International & Heiscoming12

Please share and do not change © BC

 

Volledige weergave:

Hallo, welkom! Op 1 juli 2019 bracht de bode engel de volgende boodschap Gods over aan eindtijdprofeet Benjamin Cousijnsen.

Shalom! Ik begroet u in de almachtige Naam van Yeshua HaMashiach, JHWH, Jezus Christus. Voorwaar, mijn naam is Blesía, een bode engel Gods.

Voorwaar, hoe vaak zegt men dit niet? 

Job 6, vers 11  Wat is mijn kracht, dat ik zou kunnen wachten, en wat is mijn vooruitzicht, dat ik nog langer zou willen leven?
Job 7, vers 4  Als ik ga slapen, denk ik: Wanneer zal ik opstaan? Maar de avond rekt zich, en zo word ik zat van woelen tot de schemering.
Vers 6 en 7  Mijn dagen gaan sneller dan een weversspoel, en spoeden ten einde zonder hoop. Bedenk toch, dat mijn leven een ademtocht is; mijn oog zal het goede niet weer zien.
Vers 11  Maar nu zal ook ik mijn mond niet bedwingen, ik wil spreken in de benauwdheid van mijn geest, klagen in de bitterheid van mijn ziel.
Vers 13 tot en met 15  Want als ik zeg: “In mijn bed vind ik troost, mijn slaap zal mijn verdriet verzachten,” dan schrikt u mij met dromen op, en de beelden die ik zie, jagen me angst aan. Liever zou ik gewurgd worden en sterven dan in dit lichaam blijven.
En vers 19  Wanneer zult gij eindelijk uw blik van mij afwenden, mij loslaten, zodat ik mijn speeksel kan wegslikken?
Job 9, vers 4  Wie zou, hoe wijs van hart en sterk van kracht, zich tegen Hem kunnen verzetten en ongedeerd blijven?
Vers 11 en 12  Wanneer Hij langs mij heengaat, zie ik Hem niet, en glijdt Hij voorbij, dan bespeur ik Hem niet. Wanneer Hij wegrukt, wie zal Hem weerhouden? Wie zal tot Hem zeggen: Wat doet Gij?
Vers 16 tot en met 19  Indien ik riep, en Hij mij antwoordde, zou ik niet kunnen geloven, dat Hij mij het oor leende; Hij, die mij in de storm vermorzelt, mijn wonden zonder oorzaak vermeerdert, mij niet vergunt adem te scheppen, maar mij met bitterheid verzadigt. Ja, wanneer het aankomt op de kracht van de sterkste, – dan is Hij het, en wanneer het aankomt op het recht, dan zegt Hij: Wie kan Mij ter verantwoording roepen?
En vers 27 tot en met 29  Wanneer ik denk: ik wil mijn klacht vergeten, mijn gelaat veranderen en weer vrolijk worden, dan ducht ik al mijn smarten; ik weet, dat Gij mij niet onschuldig zult verklaren. Ik moet nu eenmaal schuldig staan; waarom zou ik mij dan tevergeefs afmatten?
En Job 10, vers 1  Mijn ziel heeft een afschuw van het leven, ik wil mijn klacht de vrije loop laten, spreken in de bitterheid mijner ziel.
Vers 8 en 9  Uw handen hebben me gevormd en gemaakt, geheel en al – en nu wilt u mij verdelgen? Bedenk toch dat u mij uit leem gevormd hebt, wilt u mij tot stof doen terugkeren?
En vers 18 tot en met 22  Maar waarom deedt Gij mij uit de moederschoot voortkomen, gaf ik de geest niet, eer een oog mij zag? Ik zou dan zijn, alsof ik niet geweest ware; van de moederschoot zou ik grafwaarts zijn gedragen. Zijn de dagen mijns levens niet weinige? Laat van mij af, opdat ik een weinig vreugde beleve, voordat ik heenga, zonder terug te keren, naar het land van donkerheid en diepe duisternis, het stikdonkere land, waar diepe duisternis en wanorde heersen en waar het licht gelijk is aan de duisternis.

Voorwaar, hoe velen klagen niet, en schelden en wensen hun naaste niet het allerergste toe,
door scheldwoorden te gebruiken en enge, erge ziektes te gebruiken als scheldwoorden? En dan hebben we het nog niet eens over wat God aan moet horen, wat tegen Hem gezegd wordt! Voorwaar, vervloekingen uitspreken of roddelen of kwaadspreken, en haten of oordelen over anderen is niet hemels, maar duivels!

Galaten 5, vers 22  Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.
En vers 24 en 25  Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd. Indien wij door de Geest leven, laten wij ook door de Geest het spoor houden.
Galaten 6, vers 3 en 4  Want indien iemand zich verbeeldt, dat hij “of zij” iets is, en het niet is, dan vergist hij “of zij” zich zeer. Ieder moet zijn “of haar” eigen werk toetsen; dan zal hij “of zij” slechts voor zichzelf stof tot roem hebben en niet voor een ander.
En vers 7 tot en met 10  Dwaalt niet, God laat niet met Zich spotten. Want wat een mens zaait, zal hij “of zij” ook oogsten. Want wie op de akker van zijn vlees zaait, zal uit zijn “of haar” vlees verderf oogsten, maar wie op de akker van de Geest zaait, zal uit de Geest eeuwig leven oogsten. Laten wij niet moede worden goed te doen, want, wanneer het eenmaal tijd is, zullen wij oogsten, als wij niet verslappen. Laten wij dus, daar wij de gelegenheid hebben, doen wat goed is voor allen, maar inzonderheid voor onze geloofsgenoten.
En Galaten 3, vers 12 tot en met 14  Doch bij de wet gaat het niet om geloof, maar: wie dat doet, zal daardoor leven. Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek der wet door voor ons een vloek te worden; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die aan het hout hangt. Zo is de zegen van Abraham tot de heidenen gekomen in Jezus Christus, opdat wij de belofte des Geestes ontvangen zouden door het geloof.

Voorwaar, Kadosh, Heilig is de Here! 

Galaten 3, vers 24  De wet is dus een tuchtmeester voor ons geweest tot Christus, opdat wij uit geloof gerechtvaardigd zouden worden.

Voorwaar, iemand slecht maken en vervloeken zal als een boemerang zijn,
die al het slechte op hem of haar terug zal doen neerkomen. Zij zijn vervloekt voor eeuwig, en onbeschermd, vanwege hun zondige wandel en denken. Hun scheldwoorden zullen omgezet worden door God in zegeningen voor de anderen. En het kwaad, hun vervloekingen uit de boze, zal henzelf raken!

2 Timotheüs 3, vers 1 tot en met 5  Weet wel, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen: want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekers, aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede, verraderlijk, roekeloos, opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God, die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben; houd ook dezen op een afstand.

Aan de vrucht herkent men uit wie het klagen en schelden en vervloeken komt! 

Jakobus 4, vers 7 tot en met 9  Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden. Nadert tot God, en Hij zal tot u naderen. Reinigt uw handen, zondaars, en zuivert uw harten, gij, die innerlijk verdeeld zijt. Beseft uw ellende, treurt en weent; uw gelach moet veranderen in treurigheid, en uw vreugde in neerslachtigheid.
Vers 12  Eén is wetgever en rechter, Hij, die de macht heeft om te behouden en te verderven. Maar wie zijt gij, dat gij uw naaste oordeelt?
En vers 17  Als iemand dan weet goed te doen en het niet doet, is het hem, “maar ook haar”, tot zonde.

Ik ga nu, sprak Gods bode engel, Ruacha, Yeshu, Shalom!

 

Opmerking: Volledige tekstweergave voor doven, slechthorenden en anderstaligen
Use Google Translate and Bookmark it. Please share and do not change © BC
Vertalers in andere talen zijn zeer welkom

More messages on this website, also in English, Spanish, Portuguese, German, Filipino, Indonesian, Swahili, Surinamese, Korean, Polish and Russian!

Bron: Evangelicalendtimemachine.com