DutchVideo 2019

Geef aan de Koning der koningen wat Hem toebehoort

Zo kan Hij ook u geven wat u toebehoort! De Here is een rechtvaardige toetser des harten; heb ontzag voor Hem. Hij heeft een oprechte, blijmoedige gever lief! (After clicking the video, wait for a moment until it plays.)

Gepubliceerd op 1 mei 2019 door Evangelical Endtime Machine International & Heiscoming12

Please share and do not change © BC

 

Volledige weergave:

Hallo, van harte welkom! Op 1 mei 2019 bracht de bode engel de volgende boodschap Gods over aan Profeet Benjamin Cousijnsen.

Shalom! Ik begroet u in de almachtige Naam van Yeshua HaMashiach, JHWH, Jezus Christus.

Voorwaar, 

2 Samuël 22, vers 7  Toen het mij bang te moede was, riep ik de Here aan; tot mijn God riep ik. En Hij hoorde mijn stem uit zijn paleis, mijn hulpgeroep klonk in zijn oren.
Vers 10  Hij neigde de hemel en daalde neder, donkerheid was onder zijn voeten.
Vers 14  De Here deed de donder uit de hemel weerklinken, de Allerhoogste verhief zijn stem.
Vers 17  Hij reikte van omhoog, greep mij, trok mij op uit grote wateren.
Vers 29  Want Gij, o Here, zijt mijn lamp, en de Here doet mijn duisternis opklaren.
Vers 31  Gods weg is volmaakt; des Heren woord is zuiver. Hij is een schild voor allen die bij Hem schuilen.
Vers 11  Hij reed op een cherub en vloog, Hij verscheen op de vleugels van de wind.
En vers 47  De Here leeft. Geprezen zij mijn Rots, en verhoogd zij de God mijns heils.

En 1 Kronieken 29, vers 11 tot en met 13  Van U, o Here, is de grootheid en de kracht, de heerlijkheid, de roem en de majesteit, ja, alles wat in de hemel en op de aarde is; van U is de heerschappij, o Here, en Gij zijt als hoofd boven alles verheven. Want rijkdom en eer komen van U, en Gij heerst over alles; in uw hand is sterkte en kracht, en Gij hebt het in uw macht een ieder groot en sterk te maken. Thans loven wij U, o onze God, en prijzen wij uw heerlijke naam.
Vers 3  Maar nu schenk ik nog bovendien, uit liefde voor het huis van mijn God, van wat ik zelf aan goud en zilver bezit, aan het huis van mijn God, behalve wat ik voor het heiligdom heb gereedgelegd.
En vers 16 tot en met 18  Here, onze God, al deze rijkdom die wij bijeengebracht hebben om U een huis te bouwen voor uw heilige naam, komt uit uw hand; U behoort het alles. Ik weet, mijn God, dat Gij het hart toetst en een welbehagen hebt in oprechtheid – ik heb in oprechtheid mijns harten U dit alles vrijwillig gegeven; nu heb ik met vreugde gezien, hoe ook uw volk dat zich hier bevindt, U vrijwillig gaven bracht. Here, God van onze vaderen Abraham, Isaak en Israël, houd deze gezindheid in het hart van uw volk voor altijd in stand, en richt hun hart op U.

Voorwaar, Kadosh, Heilig is de Here!
Hij is een rechtvaardige toetser des harten. Heb ontzag voor Hem!

2 Kronieken 16, vers 9  Want des Heren ogen gaan over de gehele aarde, om krachtig bij te staan hen, wier hart volkomen naar Hem uitgaat. Gij hebt hierin dwaas gehandeld, want van nu af zult gij oorlogen hebben.

Spreuken 3, vers 5  Vertrouw op de Here met uw ganse hart en steun op uw eigen inzicht niet.
En vers 9 en 10  Vereer de Here met uw rijkdom en met de eerstelingen van al uw inkomsten, dan zullen uw schuren met overvloed gevuld worden en uw perskuipen van most overstromen.
Spreuken 7, vers 22  Argeloos liep hij haar na als een rund dat naar de slachtbank gaat, als een dwaas in boeien geslagen.
Spreuken 11, vers 28  Wie op zijn “of haar” rijkdom vertrouwt, die zal vallen; maar als fris loof zullen de rechtvaardigen uitspruiten.
Spreuken 15, vers 30 en 31  Vriendelijk stralende ogen verheugen het hart; een goede tijding verkwikt het gebeente. Het oor, dat luistert naar de terechtwijzing die ten leven is, zal vertoeven te midden der wijzen.
Spreuken 16, vers 20  Wie op het woord acht geeft, zal het goede vinden; ja, welzalig hij “of zij”, die op de Here vertrouwt.
En Spreuken 17, vers 3  De smeltkroes is voor het zilver en de oven voor het goud, maar de toetser der harten is de Here.

Voorwaar, mijn naam is Mireach, en ben een bode engel Gods. 

Mattheüs 6, vers 19 tot en met 21  Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamelt u schatten in de hemel, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen. Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.
Mattheüs 10, vers 31  Weest dan niet bevreesd: gij gaat vele mussen te boven.
En vers 30  En de haren van uw hoofd zijn ook alle geteld.
En Mattheüs 13, vers 51  Hebt gij dit alles verstaan? Zij zeiden tot Hem: Ja.

Voorwaar, heeft ook u deze boodschap verstaan? 

Mattheüs 19, vers 23  Jezus zeide tot zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u, een rijke zal moeilijk het Koninkrijk der hemelen binnengaan.
En Mattheüs 23, vers 12  Al wie zichzelf zal verhogen, zal vernederd worden en al wie zichzelf zal vernederen, zal verhoogd worden.

En Markus 12, vers 41 tot en met 44  En Hij ging tegenover de offerkist zitten en zag met aandacht, hoe de schare kopergeld wierp in de offerkist. En vele rijken wierpen er veel in. En er kwam een arme weduwe, die er twee koperstukjes in wierp, dat is een duit. En Hij riep zijn discipelen en zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, deze arme weduwe heeft het meeste in de offerkist geworpen van allen, die er iets in geworpen hebben. Want allen hebben erin geworpen van hun overvloed, maar zij heeft van haar armoede erin geworpen, al wat zij had, haar ganse levensonderhoud.

Voorwaar, Yeshua HaMashiach, JHWH, Jezus Christus, kent ook uw hart en gedachten!
Voorwaar, de Here heeft een oprechte, blijmoedige gever lief.

Lukas 6, vers 23  Verblijdt u te dien dage en springt op van vreugde, want, zie, uw loon is groot in de hemel. Tot zover.
En vers 24 en 25  Maar wee u, gij rijken, want gij hebt uw vertroosting reeds. Wee u, die nu overvloed hebt, want gij zult hongeren. Wee u, die nu lacht, want gij zult smart hebben en wenen.

Voorwaar, geef aan de Koning wat Hem toebehoort, zodat Hij ook u kan geven wat u toebehoort! 

Johannes 10, vers 14  Ik ben de goede herder en Ik ken de mijne en de mijne kennen Mij.
Vers 27 tot en met 30  Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij, en Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit mijn hand roven. Wat mijn Vader Mij gegeven heeft, gaat alles te boven en niemand kan iets roven uit de hand mijns Vaders. Ik en de Vader zijn één.
En Johannes 3, vers 16 tot en met 21  Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij “of zij” niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God. Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos. Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht, en gaat niet tot het licht, opdat zijn “of haar” werken niet aan de dag komen; maar wie de waarheid doet, gaat tot het licht, opdat van zijn “of haar” werken blijke, dat zij in God verricht zijn.

Romeinen 6, vers 23  Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here.

1 Korinthiërs 15, vers 46  Doch het geestelijke komt niet eerst, maar het natuurlijke, en daarna het geestelijke.

Kolossenzen 3, vers 1 en 2  Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.

3 Johannes, vers 11  Geliefde, volg het kwade niet na, maar het goede. Wie goed doet, is uit God, maar wie kwaad doet, heeft God niet gezien.

En Openbaring 22, vers 20 en 21  Hij, die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen, kom, Here Jezus! De genade van de Here Jezus zij met allen.

Voorwaar, 

En 2 Korinthiërs 9, vers 6 tot en met 8  Bedenkt dit: wie karig zaait, zal ook karig oogsten, en wie mildelijk zaait, zal ook mildelijk oogsten. En ieder doe, naardat hij “of zij” zich in zijn “of haar” hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of gedwongen, want God heeft de blijmoedige gever lief. En God is bij machte alle genade in u overvloedig te schenken, opdat gij, in alle opzichten te allen tijde van alles genoegzaam voorzien, in alle goed werk overvloedig moogt zijn.

Ik ga nu, sprak Gods bode engel, Ruacha, Yeshu, Shalom!

 

Opmerking: Volledige tekstweergave voor doven, slechthorenden en anderstaligen
Use Google Translate and Bookmark it. Please share and do not change © BC
Vertalers in andere talen zijn zeer welkom

More messages on this website, also in English, Spanish, Portuguese, German, Filipino, Indonesian, Swahili, Surinamese, Korean, Polish and Russian!

Bron: Evangelicalendtimemachine.com