DutchVideo 2020

Deze woorden laat u treden op rechte paden

Nu dan, zonen “en dochters”, luistert naar mij, slaat acht op de redenen van mijn mond. Zie, naar uw bevelen verlang ik, maak mij levend door uw gerechtigheid.

Gepubliceerd op 30 November 2020 door Evangelical Endtime Machine International

Please share and do not change © BC

 

Volledige weergave:

Hallo, welkom! Op 27 November 2020, bracht de bode engel Gods deze boodschap over aan eindtijdprofeet Benjamin Cousijnsen, die ik heel graag met u wil delen.

Shalom! Ik begroet u in de kadosh, heilige en almachtige Naam van Yeshua HaMashiach, JHWH, Jezus Christus.

Voorwaar,

Spreuken 4, vers 25 Laten uw ogen voorwaarts blikken en uw oogopslag rechtuit zijn.
En vers 2 en 11 Want ik geef u goede leer; verlaat mijn onderwijzing niet. Ik onderricht u in de weg der wijsheid, ik doe u treden op rechte paden.

Spreuken 7, vers 24 Nu dan, zonen “en dochters”, luistert naar mij, slaat acht op de redenen van mijn mond.
En Spreuken 12, vers 12 De goddeloze begeert de vangst van boze dingen, maar de wortel der rechtvaardigen geeft vrucht.
En Spreuken 13, vers 15 Goed inzicht verschaft gunst, maar de weg der trouwelozen is onbegaanbaar.
En Spreuken 15, vers 3 De ogen des HEREN zijn aan alle plaatsen, opmerkzaam acht gevend op kwaden en goeden.
En vers 23 Iemand heeft vreugde, als hij een gepast antwoord geeft, en hoe goed is een woord op zijn tijd!
En vers 28 en 29 Het hart van de rechtvaardige overweegt, wat hij zal antwoorden, maar de mond der goddelozen stort boosheden uit. Ver is de HERE van de goddelozen, maar het gebed der rechtvaardigen hoort Hij.
En Spreuken 16, vers 2 Al iemands wegen zijn rein in zijn ogen, maar de HERE toetst de geesten.
En vers 6 Door liefde en trouw wordt de ongerechtigheid verzoend, door de vreze des HEREN wijkt men van het kwaad.
En vers 17 De koers der oprechten is: te wijken van het kwaad; wie acht geeft op zijn weg, bewaart zijn leven.

En Spreuken 18, vers 15 Het hart van de verstandige verwerft kennis, het oor der wijzen zoekt kennis.
En Spreuken 19, vers 8 Wie verstand verwerft, heeft zijn leven lief; wie inzicht bewaart, vindt geluk.
En vers 11 Des mensen verstand maakt hem lankmoedig, het is zijn eer een overtreding voorbij te zien.
En vers 21 Vele zijn de overleggingen in het hart des mensen, maar de raad des HEREN, die zal bestaan.
En Spreuken 20, vers 7 Een rechtvaardige, wandelend in zijn oprechtheid – welzalig zijn zijn kinderen na hem.
En vers 27 De geest van de mens is een lamp des HEREN, doorzoekende al de schuilhoeken van het hart.
En Spreuken 21, vers 4 Trotsheid van ogen en opgeblazenheid van hart – de glans der goddelozen is zonde.
En vers 29 De goddeloze zet een onbeschaamd gezicht, maar de oprechte, hij geeft vastheid aan zijn wandel.
En Spreuken 28, vers 9 en 10 Wie zijn oor afwendt van het horen der wet, diens gebed zelfs is een gruwel. Wie de oprechten op een slechte weg voert, zal in zijn eigen kuil vallen, maar de rechtschapenen zullen geluk beërven.

Voorwaar, mijn naam is Blesia, en ben een bode engel Gods.

Job 39, vers 14 Vertrouwt gij op hem, omdat zijn kracht zo groot is? of laat gij aan hem uw zwoegen over?

En Psalm 4, vers 6 en 7 Brengt offers naar de eis en vertrouwt op de HERE. Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? verhef over ons het licht uws aanschijns, o HERE!
En vers 9 In vrede kan ik mij te ruste begeven en aanstonds inslapen, want Gij alleen, o HERE, doet mij veilig wonen.
En Psalm 5, vers 12 en 13 Maar verheugen zullen zich allen die bij U schuilen, altoos zullen zij jubelen, daar Gij hen beschermt, en in U zullen juichen wie uw naam liefhebben. Want Gij zegent de rechtvaardige, o HERE, Gij omgeeft hem met welbehagen als met een schild.
En Psalm 7, vers 11 Mijn schild is bij God, die de oprechten van hart verlost.
En Psalm 9, vers 3 In U wil ik mij verheugen en juichen, uw naam psalmzingen, o Allerhoogste.
En vers 11 Daarom vertrouwen op U wie uw naam kennen, want Gij hebt nooit verlaten wie U zoeken, o HERE.
En vers 18 De goddelozen keren om naar het dodenrijk, al de volken die God vergeten.
En Psalm 19, vers 9 De bevelen des HEREN zijn waarachtig, zij verheugen het hart; het gebod des HEREN is louter, het verlicht de ogen.
En vers 15 Mogen de woorden van mijn mond en de overleggingen van mijn hart U welgevallig zijn, o HERE, mijn rots en mijn verlosser.
En Psalm 20, vers 5 Hij geve u naar uw hart, en doe al uw plannen in vervulling gaan.
En Psalm 26, vers 2 en 3 Toets mij, HERE, en beproef mij, keur mijn nieren en mijn hart. Want uw goedertierenheid houd ik voor ogen, en ik wandel in uw waarheid.
En Psalm 29, vers 4 De stem des HEREN is vol kracht, de stem des HEREN is vol glorie.
En Psalm 31, vers 24 en 25 Hebt de HERE lief, al zijn gunstgenoten; de HERE bewaart de getrouwen, maar ruimschoots vergeldt Hij de trotsen. Weest sterk en uw hart zij onversaagd, gij allen, die op de HERE hoopt.
En Psalm 34, vers 16 De ogen des HEREN zijn op de rechtvaardigen, en zijn oren tot hun hulpgeroep.

En Psalm 119, vers 32 tot en met 37 Ik zal de weg uwer geboden lopen, want Gij verruimt mij het hart. Onderwijs mij, HERE, de weg uwer inzettingen, dan zal ik die bewaren ten einde toe. Geef mij verstand, dan zal ik uw wet bewaren, en haar van ganser harte onderhouden. Doe mij het pad uwer geboden betreden, want daarin heb ik lust. Neig mijn hart tot uw getuigenissen en niet tot winstbejag. Wend mijn ogen af, zodat zij geen ijdele dingen zien, maak mij levend door uw wegen.
En vers 40 Zie, naar uw bevelen verlang ik, maak mij levend door uw gerechtigheid.
En vers 71 en 72 Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik uw inzettingen zou leren. De wet van uw mond is mij beter dan duizenden stukken goud en zilver.

En Johannes 3, vers 16 tot en met 21 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij “of zij” niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God. Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos. Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht, en gaat niet tot het licht, opdat zijn “of haar” werken niet aan de dag komen; maar wie de waarheid doet, gaat tot het licht, opdat van zijn “of haar” werken blijke, dat zij in God verricht zijn.

Ik ga nu, sprak de bode engel Gods, Ruacha, Yeshu, Shalom!

 

Opmerking: Volledige tekstweergave voor doven, slechthorenden en anderstaligen
Use Google Translate and Bookmark it. Please share and do not change © BC
Vertalers in andere talen zijn zeer welkom

More messages on this website, also in English, Spanish, Portuguese, German, Filipino, Indonesian, Swahili, Surinamese, Korean, Polish and Russian!

Bron: Evangelicalendtimemachine.com