DutchVideo 2017

Deel deze boodschap ook met uw dierbaren

In liefde, bemoedigende en vermanende boodschap Gods. Hij, Samuël, zeide: “O Here, mijn Steenrots, mijn Vesting en mijn Bevrijder! 2 Samuel 22, vers 2

Gepubliceerd op 13 febr 2017 door Evangelical Endtime Machine International

Please share and do not change © BC

When doves fly December 1, 1997

Volledige weergave:

Shalom, welkom! Op 13 februari 2017 bracht Gods bode engel woord voor woord de volgende boodschap over aan eindtijdprofeet van de laatste dagen, Benjamin Cousijnsen.

Shalom! Ik begroet u in de almachtige naam van Yeshua HaMashiach, JHWH, Jezus Christus, de Koning der koningen.

Voorwaar, 

2 Samuël 22, vers 2  Hij zeide: O, Here, mijn steenrots, mijn vesting en mijn bevrijder.
Vers 7  Toen het mij bang te moede was, riep ik de Here aan; tot mijn God riep ik. En Hij hoorde mijn stem uit zijn paleis, mijn hulpgeroep klonk in zijn oren.
Vers 10  Hij neigde de hemel en daalde neder, donkerheid was onder zijn voeten.
Vers 13 en 14  Van de glans vóór Hem raakten vurige kolen in brand. De Here deed de donder uit de hemel weerklinken, de Allerhoogste verhief zijn stem.
Vers 17  Hij reikte van omhoog, greep mij, trok mij op uit grote wateren.
En vers 26 en 27  Jegens de getrouwe toont Gij U getrouw, jegens de onberispelijke toont Gij U onberispelijk, jegens de reine toont Gij U rein, maar jegens de verkeerde toont Gij U een tegenstander.

Voorwaar, mijn naam is Mircod en ben een bode engel Gods. 

2 Samuël 23, vers 2  De Geest des Heren spreekt door mij, zijn woord is op mijn tong.

En Job 21, vers 14  Maar tot God zeiden zij: Wijk verre van ons, want aan de kennis uwer wegen hebben wij geen lust.
Vers 25  De ander sterft bitter te moede, zonder het goede te hebben gesmaakt.
En Job 22, vers 15 tot en met 30  Wilt gij u houden aan de overoude weg die de boosdoeners hebben betreden, welke weggerukt zijn vóór hun tijd, wier grondslag werd weggespoeld als een rivier? Die tot God zeiden: Wijk van ons! en: Wat kan de Almachtige ons maken? – En toch was Hij het, die hun huizen met overvloed vulde. De raadslag der goddelozen is echter verre van mij. De rechtvaardigen zien het en verheugen zich, en de onschuldige drijft met hen de spot: Waarlijk, onze tegenstanders zijn vernietigd, en het vuur heeft hun nalatenschap verteerd. Gewen u toch aan Hem, opdat gij vrede hebt; daardoor zal uw gewin groot zijn. Neem toch uit zijn mond de onderwijzing aan, en leg zijn woorden weg in uw hart. Wanneer gij u tot de Almachtige bekeert, zult gij gebouwd worden; wanneer gij het onrecht uit uw tent verwijdert, het gouderts wegwerpt in het stof, het goud van Ofir op de rotsgrond der beken, en de Almachtige uw voorraad gouderts en uw zilverschat zal zijn, voorwaar, dan zult gij u verlustigen in de Almachtige en uw aangezicht opheffen tot God. Als gij tot Hem bidt, zal Hij verhoren, en gij zult Hem uw geloften betalen. Wanneer gij tot iets besluit, dan komt het tot stand, en op uw wegen straalt het licht. Wanneer men vernedert, zegt gij: Omhoog! en wie de ogen neerslaat, die helpt Hij. Hij redt zelfs hem “en haar” die niet onschuldig is, en door de reinheid uwer handen kunt gij gered worden.

Voorwaar, zonen en dochters, Hoor! 

Spreuken 4, vers 4  onderwees hij mij en zeide tot mij: Laat uw hart mijn woorden vasthouden; onderhoud mijn geboden, opdat gij moogt leven.
En vers 21 tot en met 23  Laat ze niet wijken uit uw ogen, bewaar ze diep in uw hart. Want zij zijn leven voor wie ze vinden, genezing voor hun ganse lichaam. Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de oorsprongen des levens.

Voorwaar, deel deze boodschap ook met uw dierbaren. 

Klaagliederen 3, vers 37 tot en met 42  Wie is het, die spreekt en het is er, wanneer de Here het niet gebiedt? Komt niet uit de mond des Allerhoogsten het kwade en het goede? Wat klaagt dan een mens in het leven! Ieder klage over zijn zonde. Laten wij onze wegen doorzoeken en doorvorsen en ons bekeren tot de Here. Laten wij met de handen ons hart opheffen tot God in de hemel: Wij hebben overtreden en zijn weerspannig geweest – Gij hebt niet vergeven.
En vers 49 en 50  Mijn oog baadt in tranen, zonder ophouden, zonder verpozen, totdat de Here nederziet en neerschouwt uit de hemel.

En Johannes 3, vers 16 tot en met 21  Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God. Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos. Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht, en gaat niet tot het licht, opdat zijn werken niet aan de dag komen; maar wie de waarheid doet, gaat tot het licht, opdat van zijn werken blijke, dat zij in God verricht zijn.

Ik ga nu, Ruacha, Yeshu, Shalom! sprak Gods bode engel, en verdween.

En ook ik zeg u, Ruacha, Yeshu, Shalom! Gods zegen

 

Opmerking: Volledige tekstweergave voor doven, slechthorenden en anderstaligen
Use Google Translate and Bookmark it. Please share and do not change © BC
Vertalers in andere talen zijn zeer welkom

More messages on this website, also in English, Spanish, Portuguese, German, Filipino, Indonesian, Swahili, Surinamese, Korean, Polish and Russian!

Bron: Evangelicalendtimemachine.com