DutchVideo 2019

De echte rijkdom

Onderwerp u aan Hem alleen, en Hij, Yeshua HaMashiach, Isa, JHWH, Jezus Christus, zal tot u naderen. De zegen des Heren, die maakt rijk! (After clicking the video, wait for a moment until it plays.)

Gepubliceerd op 8 juli 2019 door Evangelical Endtime Machine International & Heiscoming12

Please share and do not change © BC

 

Volledige weergave:

Hallo, van harte welkom! Op 8 juli 2019 bracht de bode engel de volgende boodschap Gods over aan Profeet Benjamin Cousijnsen.

Shalom! Ik begroet u, kind van de Allerhoogste Koning der koningen, in de Naam van uw Almachtige, Kadosh, Heilige Abba, Vader en Wonderbare Raadsman en Here der heren, uw Rabboeni en Meester.

Onderwerp u aan Hem alleen, en Hij, Yeshua HaMashiach, Isa, JHWH, Jezus Christus, zal tot u naderen.
Voorwaar, neig uw oor, en luister aandachtig en onderzoek u grondig!

Mattheüs 6, vers 21  Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.
En Mattheüs 26, vers 41  Waakt en bidt, dat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.

Spreuken 23, vers 4 en 5  Tob u niet af voor rijkdom, zie van uw voornemen af; richt gij uw oog erop, hij is er niet meer; want plotseling maakte hij zich vleugels, als een arend vliegt hij ten hemel.

1 Timotheüs 6, vers 10  Want de wortel van alle kwaad is de geldzucht. Door daarnaar te haken zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zich met vele smarten doorboord.

Mattheüs 6, vers 19 en 20  Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamelt u schatten in de hemel, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen.

Hebreeën 13, vers 5  Laat uw wijze van doen onbaatzuchtig zijn, weest tevreden met wat gij hebt. Want Hij heeft gezegd: Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten.

1 Timotheüs 6, vers 9  Maar wie rijk willen zijn, vallen in verzoeking, in een strik, en in vele dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang.

Spreuken 15, vers 16  Beter is een weinig in de vreze des Heren, dan een grote schat en onrust daarbij.

1 Timotheüs 6, vers 17  Hun, die rijk zijn in de tegenwoordige wereld, moet gij bevelen niet hooghartig te zijn, en hun hoop gevestigd te houden niet op onzekere rijkdom, doch op God, die ons alles rijkelijk ten gebruike geeft.
En 1 Timotheüs 2, vers 9 en 10  Evenzo, dat de vrouwen zich sieren met waardige klederdracht, zedig en ingetogen, niet met haarvlechten en goud of paarlen en kostbare kleding, maar – zó immers betaamt het vrouwen, die voor haar godsvrucht uitkomen – door goede werken.

Spreuken 21, vers 26  De begerigheid begeert de ganse dag, maar de rechtvaardige geeft en houdt niet terug.

Handelingen 4, vers 32  En de menigte van hen, die tot het geloof gekomen waren, was één van hart en ziel, en ook niet één zeide, dat iets van hetgeen hij “of zij” bezat zijn “of haar” persoonlijk eigendom was, doch zij hadden alles gemeenschappelijk.

Spreuken 10, vers 22  De zegen des Heren, die maakt rijk, zwoegen voegt er niets aan toe.

En Psalm 119, vers 36  Neig mijn hart tot uw getuigenissen en niet tot winstbejag.

Voorwaar, mijn naam is Blesía, een bode engel Gods. 

Psalm 115, vers 15  Gezegend zijt gij door de Here, die hemel en aarde gemaakt heeft.
Psalm 107, vers 43  Wie is wijs? Hij lette op deze dingen; laat men acht slaan op de gunstbewijzen des Heren.
Psalm 96, vers 8  Geeft de Here de heerlijkheid van zijn naam, brengt offer en komt in zijn voorhoven.
Psalm 91, vers 11  Want Hij zal aangaande u zijn engelen gebieden, dat zij u behoeden op al uw wegen.
En Psalm 81, vers 10 en 11  Geen vreemde god zal onder u zijn, gij zult u niet nederbuigen voor een vreemde god. Ik, de Here, ben uw God… tot zover.

Prediker 5, vers 14  Naakt is zo iemand uit de moederschoot gekomen, even naakt keert hij “of zij” terug. Niets van wat hij “of zij” heeft verworven en in handen dacht te hebben, neemt hij “of zij” mee.

Spreuken 3, vers 9  Vereer de Here met uw rijkdom en met de eerstelingen van al uw inkomsten.
Spreuken 16, vers 16  Hoeveel beter is het, wijsheid te verkrijgen dan goud, hoeveel verkieslijker is het, verstand te verwerven dan zilver!
En Spreuken 22, vers 1  Een goede naam is verkieslijker dan veel rijkdom, gunst is beter dan zilver en goud.

1 Korinthiërs 6, vers 12  Alles is mij geoorloofd, maar niet alles is nuttig. Alles is mij geoorloofd, maar ik zal mij door niets laten knechten.

Voorwaar, heb JHWH, God, lief met uw gehele hart en ziel en verstand, en uit geheel uw kracht! 

Markus 12, vers 43 en 44  En Hij riep zijn discipelen en zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, deze arme weduwe heeft het meeste in de offerkist geworpen van allen, die er iets in geworpen hebben. Want allen hebben erin geworpen van hun overvloed, maar zij heeft van haar armoede erin geworpen, al wat zij had, haar ganse levensonderhoud.

Spreuken 31, vers 12  Zij doet hem goed en geen kwaad, al de dagen van haar leven.

Johannes 3, vers 16 tot en met 21  Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij “of zij” niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God. Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos. Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht, en gaat niet tot het licht, opdat zijn “of haar” werken niet aan de dag komen; maar wie de waarheid doet, gaat tot het licht, opdat van zijn “of haar” werken blijke, dat zij in God verricht zijn.

En Mattheüs 6, vers 22  De lamp van het lichaam is het oog. Indien dan uw oog zuiver is, zal geheel uw lichaam verlicht zijn.
Vers 31  Maakt u dan niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden?
En vers 34  Maakt u dan niet bezorgd tegen de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.

Ik ga nu, sprak Gods bode engel, Ruacha, Yeshu, Shalom!

En ook ik zeg u, Ruacha, Yeshu, Shalom!

 

Opmerking: Volledige tekstweergave voor doven, slechthorenden en anderstaligen
Use Google Translate and Bookmark it. Please share and do not change © BC
Vertalers in andere talen zijn zeer welkom

More messages on this website, also in English, Spanish, Portuguese, German, Filipino, Indonesian, Swahili, Surinamese, Korean, Polish and Russian!

Bron: Evangelicalendtimemachine.com