DutchVideo 2019

Bewaar Zijn boodschap aan u!

Luister aandachtig, want zo spreekt de Here. Houd deze boodschap tegen uw hart gedrukt. Dank Hem, uw Here, JHWH, uw Abba, Vader, uw Rabboeni en Wonderbare Raadsman en Goede Herder, Yeshua HaMashiach, uw sterke en krachtige Rots, Jezus Christus! (After clicking the video, wait for a moment until it plays.)

Gepubliceerd op 12 juni 2019 door Evangelical Endtime Machine International & Heiscoming12

Please share and do not change © BC

 

Volledige weergave:

Hallo, van harte welkom! Op 12 juni 2019 bracht de bode engel de volgende boodschap Gods over aan eindtijdprofeet Benjamin Cousijnsen.

Shalom! Ik begroet u in de almachtige Naam van uw Here, JHWH, uw Abba, Vader, uw Rabboeni en Wonderbare Raadsman en Goede Herder, Yeshua HaMashiach, uw sterke en krachtige Rots, Jezus Christus.

Voorwaar, neig uw oor en hoor aandachtig; zo spreekt de Here. 

Spreuken 4, vers 4 tot en met 9 vanaf: Laat uw hart mijn woorden vasthouden; onderhoud mijn geboden, opdat gij moogt leven. Verwerf wijsheid, verwerf inzicht, vergeet niet en wijk niet af van de woorden mijns monds. Verlaat haar niet, dan zal zij u bewaren, heb haar lief, dan zal zij u behoeden. Het begin der wijsheid is: verwerf wijsheid en verwerf inzicht bij al wat gij bezit. Houd haar hoog, dan zal zij u verheffen, zij zal u tot eer brengen, wanneer gij haar zult omhelzen. Zij zal een liefelijke krans om uw hoofd leggen, een sierlijke kroon zal zij u schenken.
Vers 11 en 12  Ik onderricht u in de weg der wijsheid, ik doe u treden op rechte paden. Bij uw wandelen zal uw schrede niet belemmerd worden, wanneer gij loopt, zult gij niet struikelen.
Vers 14  Kom niet op het pad der goddelozen, betreed de weg der bozen niet.
Vers 19  De weg der goddelozen is als duisternis; zij weten niet, waarover zij kunnen struikelen.
Vers 23  Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de oorsprongen des levens.
En vers 25 tot en met 27  Laten uw ogen voorwaarts blikken en uw oogopslag rechtuit zijn. Laat uw voet een effen pad inslaan en laten al uw wegen vast zijn. Wijk noch ter rechter-, noch ter linkerhand af, houd uw voet verwijderd van het kwade.

Deuteronomium 6, vers 5 en 6  Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht. Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn.

Spreuken 3, vers 14 tot en met 17  Want wat zij opbrengt, is beter dan de opbrengst van zilver, wat zij doet gewinnen, is beter dan goud. Zij is kostbaarder dan koralen, al wat gij kunt begeren, kan haar niet evenaren. Lengte van dagen is in haar rechterhand, in haar linkerhand rijkdom en eer. Haar wegen zijn liefelijke wegen, al haar paden zijn vrede.

Job 32, vers 8  Voorwaar, het is de geest in de stervelingen en de adem des Almachtigen, die hun inzicht geeft.
Job 36, vers 22  Zie, God handelt verheven in zijn kracht; wie is een leermeester als Hij?
Job 38, vers 35  Kunt gij de bliksemen uitzenden, zodat zij heengaan en tot u zeggen: Hier zijn wij?
En Job 39, vers 14  Vertrouwt gij op hem, omdat zijn kracht zo groot is? Of laat gij aan hem uw zwoegen over?

Psalm 19, vers 15  Mogen de woorden van mijn mond en de overleggingen van mijn hart U welgevallig zijn, o Here, mijn rots en mijn verlosser.
Psalm 20, vers 3 tot en met 7  Hij zende u hulp uit het heiligdom en ondersteune u uit Sion. Hij gedenke al uw offers, en uw brandoffer achte Hij welgevallig. Hij geve u naar uw hart, en doe al uw plannen in vervulling gaan. Wij willen juichen over uw overwinning, en in de naam van onze God de vaandels opsteken; de Here vervulle al uw begeerten. Nu weet ik, dat de Here zijn gezalfde de overwinning geeft, Hij antwoordt hem uit zijn heilige hemel met de machtige heilsdaden zijner rechterhand.
Psalm 21, vers 4  Want Gij treedt hem “en haar” tegemoet met rijke zegeningen. Gij zet een kroon van fijn goud op zijn “of haar” hoofd.
Psalm 25, vers 9 en 10  Ootmoedigen doet Hij wandelen in het recht, en Hij leert ootmoedigen zijn weg. Alle paden des Heren zijn goedertierenheid en trouw voor wie zijn verbond en zijn getuigenissen bewaren.
En vers 14 en 15  Des Heren vertrouwelijke omgang is met wie Hem vrezen, en zijn verbond maakt Hij hun bekend. Mijn ogen zijn bestendig op de Here, want Hij voert mijn voeten uit het net.
Psalm 27, vers 8  Van Uwentwege zegt mijn hart: Zoekt mijn aangezicht. Ik zoek uw aangezicht, Here.
En vers 10  Al hebben mijn vader en moeder mij verlaten, toch neemt de Here mij aan.
Psalm 28, vers 6 en 7  Geprezen zij de Here, want Hij heeft gehoord mijn luide smekingen. De Here is mijn kracht en mijn schild; op Hem vertrouwde mijn hart en ik werd geholpen. Daarom juicht mijn hart en loof ik Hem met mijn lied.
En Psalm 29, vers 4  De stem des Heren is vol kracht, de stem des Heren is vol glorie.

Voorwaar, mijn naam is Rafaël, een bode engel Gods. 

Psalm 31, vers 24 en 25  Hebt de Here lief, al zijn gunstgenoten; de Here bewaart de getrouwen, maar ruimschoots vergeldt Hij de trotsen. Weest sterk en uw hart zij onversaagd, gij allen, die op de Here hoopt.

Spreuken 28, vers 26  Wie op eigen hart vertrouwt, is een dwaas; maar wie in wijsheid wandelt, zal ontkomen.

En Prediker 9, vers 8  Laten uw klederen te allen tijde wit zijn en olie ontbreke niet op uw hoofd.

Voorwaar, 

1 Thessalonicenzen 5, vers 16 tot en met 19  Verblijdt u te allen tijde, bidt zonder ophouden, dankt onder alles, want dat is de wil Gods in Christus Jezus ten opzichte van u. Dooft de Geest niet uit.

Hebreeën 12, vers 12  Heft dan de slappe handen op en strekt de knikkende knieën.
Vers 14  Jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien.
En vers 28 en 29  Laten wij derhalve, omdat wij een onwankelbaar koninkrijk ontvangen, dankbaar zijn en hierdoor God vereren op een Hem welbehagelijke wijze met eerbied en ontzag, want onze God is een verterend vuur.

Jakobus 4, vers 3  Of, gij bidt wel, maar gij ontvangt niet, doordat gij verkeerd bidt, om het in uw hartstochten door te brengen.
Vers 8  Nadert tot God, en Hij zal tot u naderen. Reinigt uw handen, zondaars, en zuivert uw harten, gij, die innerlijk verdeeld zijt.
Vers 10  Vernedert u voor de Here, en Hij zal u verhogen.
En vers 17  Als iemand dan weet goed te doen en het niet doet, is het hem tot zonde.
En Jakobus 5, vers 8  Oefent ook gij geduld, sterkt uw harten, want de komst des Heren is nabij.

En 1 Petrus 2, vers 3 tot en met 5  indien gij geproefd hebt, dat de Here goedertieren is. En komt tot Hem, de levende steen, door de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en kostbaar, en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilig priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus.
Vers 9  Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht.
En vers 18 tot en met 25  Gij, huisslaven, weest in alle vreze uw meesters onderdanig, niet alleen de goede en vriendelijke, maar ook de verkeerde. Want dit is genade, indien iemand, omdat hij “of zij” met God rekening houdt, leed verdraagt, dat hij “of zij” ten onrechte lijdt. Want mag dát roem heten, als gij slagen moet verduren, omdat gij kwaad doet? Maar als gij goed doet en dan lijden moet verduren, dát is genade bij God. Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in zijn voetstappen zoudt treden; die geen zonde gedaan heeft en in wiens mond geen bedrog is gevonden; die, als Hij gescholden werd, niet terugschold en als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem, die rechtvaardig oordeelt; die zelf onze zonden in zijn lichaam op het hout gebracht heeft, opdat wij, aan de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid zouden leven; en door zijn striemen zijt gij genezen. Want gij waart dwalende als schapen, maar thans hebt gij u bekeerd tot de herder en hoeder van uw zielen.

En Johannes 3, vers 16 tot en met 21  Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij “of zij” niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God. Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos. Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht, en gaat niet tot het licht, opdat zijn “of haar” werken niet aan de dag komen; maar wie de waarheid doet, gaat tot het licht, opdat van zijn “of haar” werken blijke, dat zij in God verricht zijn.

Voorwaar, houd deze boodschap tegen uw hart gedrukt en bewaar Zijn boodschap aan u!
Dank Hem.
Ik ga nu, sprak Gods bode engel, Ruacha, Yeshu, Shalom!

En ook ik zeg u, Ruacha, Yeshu, Shalom!

 

Opmerking: Volledige tekstweergave voor doven, slechthorenden en anderstaligen
Use Google Translate and Bookmark it. Please share and do not change © BC
Vertalers in andere talen zijn zeer welkom

More messages on this website, also in English, Spanish, Portuguese, German, Filipino, Indonesian, Swahili, Surinamese, Korean, Polish and Russian!

Bron: Evangelicalendtimemachine.com